Tag: kans

Verliefd worden met een algoritme

Je opa en oma en ouders hebben elkaar waarschijnlijk ontmoet toen ze een rondje om de kerk aan het lopen waren of tijdens stijldansles. Tegenwoordig laten steeds meer mensen liefde niet meer over aan toeval maar aan hogere wiskunde, genaamd het algoritme.

De online datingsites en koppeldiensten schoten recentelijk als kool uit de grond. Zij beweren allemaal dat hun algoritme de ideale partner voor je zal vinden. De meningen over deze mathematische benadering van liefde lopen nogal uiteen. Het is de strijd tussen de efficiëntie van algoritmen en het toeval.

De wiskunde achter online daten

Sommige datingsites maken niet gebruik van hogere wiskunde: elk online profiel bevat dan een lijst met kenmerken en interesses. Hoe meer van deze kenmerken en interesses overeen komen, hoe hoger het matchpercentage van twee personen. Vrij beperkt als je het ons vraagt. Maar, niet iedere koppeldienst maakt gebruik van dit soort overzichtelijke berekeningen.

Volgens Christian Rudder is er geen twijfel over mogelijk dat je met behulp van algoritmen menselijke aantrekkingskracht kunt berekenen. Rudder is afgestudeerd aan Harvard als wiskundige en is oprichter van de goedlopende datingsite OKCupid. OKCupid maakt gebruik van een algoritme dat de perfecte match zou kunnen maken tussen mensen. Check hieronder de video waarin hij OKCupid’s algoritme uitlegt.

In 2007 won Gavin Potter de Netflix prijs met het bedenken van een idee om de aanbevelingen voor films en series voor Netflix gebruikers te verbeteren. Potter geloofde dat de smaak van de kijkers kon worden bepaald aan de hand van de films en series die ze al hadden bekeken. Zijn idee werkte en werd later ook toegepast op datingsites onder de noemer collaborative filtering. Ook op mensen bleek de berekening te kloppen.

Collaborative filtering bij koppeldiensten werkt als volgt: de voorkeuren van mensen worden verzameld en vervolgens worden de mensen gegroepeerd in groepen van mensen met dezelfde voorkeuren. Omdat er bij datingsites zo veel mensen staan ingeschreven en er zo veel data wordt verzameld is het onduidelijk wat de groepen mensen gemeen hebben, maar het werkt.

DatenUiteindelijk zegt de snelle ontwikkeling van algoritmen op datingsites meer over onze relatie met technologie dan over onze relatie met elkaar.

Uit Potter’s succesformule kwam het bedrijf RecSys voort, dat het algoritme loslaat op verschillende bedrijven. Het algoritme wordt dan per bedrijf aangepast en om bepaalde specifieke groepen creëren en specifieke voorkeuren voorrang te geven. Op deze manier kunnen datingsites mensen bedienen die op zoek zijn naar een partner met twee verschillende kleuren ogen of een voorliefde voor treinen.

Tegenwoordig willen we steeds meer van onze technologie. Ook als het op de liefde aankomt. Het moet nog efficiënter en nog makkelijker: met apps als Tinder en Happn zoeken we de personen die het dichtst bij zijn en dus makkelijk te bereiken.

Er is meer tussen algoritme en aarde

Net als OKCupid propageren veel online koppeldiensten dat ze gebruik maken van wiskunde om je te koppelen aan de liefde van je leven. De smart technologieën die ze gebruiken letten vaak alleen op persoonlijkheidskenmerken. Toch is een groot gedeelte van aantrekkingskracht en de uiteindelijke klik tussen twee personen volgens grootschalige onderzoeken ook afhankelijk van andere kenmerken.

algoritme

 

Een zwakte van deze computermatige manier van matchmaken is ook dat mensen ook kunnen liegen over hun voorkeuren. Dit is iets waar je, hopelijk, face-to-face snel achter zou komen maar wat een computer er niet uit kan filteren. De meningen over koppelalgoritmen lopen daarom wel uiteen. Uiteindelijk zegt de snelle en geavanceerde ontwikkeling van algoritmen op datingsites misschien ook wel net zoveel over onze relatie met technologie dan over onze relatie met elkaar.

Dit is een artikel afkomstig van WANT, van 18  juli 2017

Kans op kop of munt. Is dat wel fifty-fifty?

Niks zo eerlijk als een muntje opgooien, toch? Schijn bedriegt! De kans dat deze op kop of munt valt, is te manipuleren en helemaal niet fifty-fifty.

Al een lange tijd zijn munten een belangrijk onderdeel van willekeurigheid. Gezelschapsspelletjes zitten vol met situaties waarbij een munt opgegooid of een dobbelsteen gerold moet worden. Ook in sport komt een munt opgooien voor: denk maar aan grote sportwedstrijden, waar met behulp van een munt wordt bepaald welk team welke kant van het veld neemt. Heel wat wedstrijden beginnen ermee: het opwerpen van een muntje.

Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de wedstrijd: tegenwind, zon in de ogen, et cetera. Het is dan ook van groot belang dat de kans op kop of munt allebei even groot is. Maar is dit ook zo? Zou je de kans op kop of munt niet op een manier kunnen manipuleren?

Gewicht
In eerder onderzoek is al aangetoond dat een muntje op zijn zijkant laten draaien geen eerlijke manier is om een beslissing te nemen. Dit doe je als volgt: houd een geldstuk met de zijkant op de tafel vast en sla er met een vinger tegen aan zodat hij draait op de tafel. Uiteindelijk zal de munt vallen op kop of munt. Het klinkt alsof er sprake is van een fifty-fifty situatie, maar het tegendeel is waar. Sterker nog: sommige munten hebben wel 80% kans om op een bepaalde kant te landen! Een munt is namelijk zwaarder aan één zijde, omdat beide zijden andere tekeningen hebben ingegraveerd. Deze zwaardere kant van het geldstuk zal vaker onder komen te liggen dan de lichtere kant. De Duitse twee euromunt bijvoorbeeld zal vaker met munt boven landen: gemiddeld in vijf van de acht gevallen.
Gewicht heeft echter geen rol als het gaat om een munt opgooien. Wetenschappers trokken deze conclusie na een uitgebreid experiment dat zij in een schoolklas hebben uitgevoerd. Toch is de kans op kop of munt wel goed te manipuleren op een andere manier. Dat blijkt uit een onderzoek van het team onder leiding van Persi Diaconis: wiskundige en goochelaar die muntjes opgooien erg serieus neemt. In zijn onderzoek laat hij zien hoe het opgooien van een geldstuk hogere wis- en natuurkunde vereist. Hij trekt uit dit kansexperiment meerdere conclusies, waarvan er hier twee besproken zullen worden.

De oneerlijke machine

Diaconis en zijn team maakten een machine die voor iedere worp kop gooit, terwijl het muntje wel rondtolt. Hiermee concludeerden zij dat een geldstuk opgooien weinig met kansen te maken heeft en in plaats daarvan afhankelijk is van een aantal natuurkundige factoren. Zo blijkt de kant die omhoog ligt invloed te hebben, maar ook de snelheid waarmee wordt opgegooid en de hoek waarop de munt omhoog wordt gegooid.

Een muntje opgooien. Afbeelding: Филип Романски (via Wikimedia Commons).

De mens
Maar hoe belangrijk is dit resultaat voor de mens? Wij zijn immers geen robots of apparaten. Toch kunnen ook mensen een munt zó opgooien, dat er een grotere kans is op een bepaalde zijde. Dit blijkt uit een onderzoek van Canadese wetenschappers. Zij vroegen dertien mensen om meer kop dan munt te gooien in 300 worpen, en het lukte hen alle dertien. Elk hadden ze hun eigen technieken, maar hier is in het onderzoek niet op ingegaan. Wat dit wel betekent, is dat de mens wel degelijk invloed kan hebben op het gooien van kop of munt op een manier.
Een goochelaar in Las Vegas kan een munt 6 meter hoog opgooien en zonder fout voorspellen of het kop of munt zal worden. En dit is niet omdat hij een bijzondere munt heeft! Zijn bijzondere techniek laat de munt cirkels draaien en op en neer bewegen als een frisbee, zonder dat de munt een echte “flip” maakt. Je kan ook denken aan hoe een pizza wordt gemaakt: dezelfde draaiende techniek wordt gebruikt bij het opgooien. Toch lijkt het alsof de munt echt aan het rondtollen is: door het snelle op en neer bewegen van een klein voorwerp is het verschil met het blote oog moeilijk te zien. Op deze manier weet hij dus altijd goed te voorspellen welke kant boven zal liggen.

Toch niet 50% kans

In hetzelfde onderzoek beweert het team van Diaconis nog iets anders dat consequenties heeft voor mensen die wel eens een muntje opgooien. Zij beweren dat de zichtbare positie van kop of munt ook van belang is. Als je kop ziet voordat de munt wordt opgegooid, is er een kans van ongeveer 51% dat hij uiteindelijk weer op kop zal landen. Uiteraard geldt dit ook vice versa. Gemiddeld zal dus 51 van de 100 keer een munt op dezelfde zijde vallen als waar hij begon.

Alhoewel het maar een heel klein verschil is tussen kop of munt, is de kans dus niet even groot. Probeer dus altijd te kijken welke zijde van de munt boven ligt voordat het muntje wordt opgegooid!

Papier, steen, schaar

Al jarenlang zoeken wetenschappers naar een mogelijke manier om de compleet willekeurige uitkomst van een spelletje papier-steen-schaar te doorbreken. Die manier lijkt Chinees wetenschapper Zhijian Wang nu gevonden te hebben. De oplossing van het raadsel ligt niet zozeer in de aard van het spel – want daar is en blijft geen logisch touw aan vast te knopen – maar wel in de voorspelbaarheid van het menselijk gedrag.642x999_61496929

In principe is winst of verlies bij een spelletje papier-steen-schaar volledig arbitrair. De beste strategie om het spel te winnen, is dan ook om er gewoon geen enkele strategie op na te houden en per beurt gewoon at random een papier, een steen of een schaar in de strijd te gooien. Wie immers wel een zeker patroon in zijn handeling steekt, maakt de kans daar door de tegenspeler op betrapt te worden juist alleen maar groter, en vergroot daarmee ook zijn kans om te verliezen.

Het is dan ook precies in het voorspelbare karakter van het menselijk spelgedrag – zoals Zhijian Wang dat ontdekte binnen de context van papier-steen-schaar – dat de sleutel naar de winst ligt. In een sociaal experiment, uitgevoerd aan de universiteit van China, ontdekte Zhijian dat de het gedrag van de persoon die het eerste rondje papier-steen-schaar verliest in een voorspelbaar patroon vervalt: wie verliest zal – in de grote meerderheid van de gevallen – overschakelen naar het volgende symbool in de papier-steen-schaar-rij.

Een voorbeeld: in een spelletje papier-steen-schaar kiest speler A steen als eerste ‘worp’. Speler B kiest echter voor papier, wat speler A meteen in een netelige positie brengt. Omdat hij verloor met het symbool steen, zal hij normaliter overgaan naar papier, omdat dat het volgende symbool in de rij is. Wanneer speler B op de hoogte is van deze conditionele respons, kan hij daarop inspelen en zelf bij de volgende ronde schaar spelen, waardoor hij opnieuw de winnaar zal zijn.

“Papier, steen, schaar” wordt meestal gezien als een geluksspel, omdat je niet zeker weet wat de ander zal kiezen. Er zijn dus nu tactieken waar je gebruik van kan maken. Veel onervaren spelers (voornamelijk jongens) kiezen steen als eerste zet. Waarschijnlijk komt dit omdat steen er sterk uit ziet, en het straalt kracht uit. Men zou tegen onervaren jongens dus moeten beginnen met papier. Onervaren meisjes kiezen na het uitleggen van het spel voornamelijk schaar, dit komt waarschijnlijk door het uitspreken van het woord voor het keuzemoment. Tegen ervaren spelers kan men het beste beginnen met schaar, omdat deze waarschijnlijk schaar of papier zal kiezen (omdat steen te makkelijk zou zijn). De speler heeft dan dus minimaal een gelijkspel. Ook kun je onervaren spelers manipuleren door van tevoren bijvoorbeeld extreem veel de schaar uit te beelden, zodat hij die zal nemen. De speler moet dan uiteraard zelf voor de steen kiezen.

In sommige gevallen wordt voor “papier” ook “blad” gebruikt.

Check hieronder een filmpje over dit onderwerp: