Donderdag 19 juli 2018

Iets te laat opgestaan. Geert is al aan het pakken, hij gaat dwars door de Vogezen naar het Zuid-Oosten, terwijl ik om de hogere heuvels heen ga rijden, oostwaarts en daarna zuidwaarts. Ik meer kilometers, hij meer bergen, zo lijkt het. We spreken af om elkaar weer laat in de middag te zien bij de kerk van een dorp vlakbij Selestat.

Ik volg het koele kanaal dwars door de Vogezen, een soort narrow gateway en veel boottoerisme hier. Al die blote deca’s die op het dek zitten, zwaaien naar me. Beide zijn we dan niet jaloers op elkaars situatie, mooi toch! De zadelpijn en een verrekte nekspier (eigenlijk onbekend hoe ik die heb opgedaan) vergezellen me op deze makkelijke doorgang. Ik kan lastig naar links kijken en dan komt mijn bejaardenspiegel goed van pas. Geert lachte me nog uit toen hij voor het eerst mijn Santos zag, nu heeft hij ook een Santos en wil ook nog eens zo’n spiegeltje! Serieus: ik vind het van wezenlijk belang voor mijn veiligheid. Als je ene lompe vrachtwagen in je spiegel ziet, dan kijk je of je eventueel snel de berm in kan. Na deze snelle kanaaltocht kom ik plotseling direct in het centrum van Saverne uit. Er is dikke vette markt, en ik kom er onmogelijk doorheen met die brede bepakking. Ik moet fors omrijden, de hele stad door, om terug te keren op het kiezelspoor. Ik draai na de Vogezen naar het Zuiden en direct begint het weer met de heuvels op en neer te gaan omdat het spoor dicht langs de Vogezen loopt. De heuvels zijn net zo zwaar als eerst, maar nu daal ik ook minder snel omdat er meer pittoreske dorpjes in de dalen zitten die qua wegen minder veilig zijn, niet mooi geasfalteerd zijn als je daalt.

De mooie dorpjes en vakwerk huizen (zoals in dorpjes dichtbij Colmar) vergoeden veel van de voor fietsers onmogelijke kasseien en kopjes. Er zijn toch echt weinig kruideniers, misschien weggedrukt door de Hyper/Supermarchees? Voordat je zo’n grote reus ingaat bedenk je je wel even, en heb uiteindelijk toch maar geen boodschappen gedaan. Genoeg crackers en stokbrood op het achterrek. Tegen het eind van de middag heb ik weer contact met Geert, die uit de heuvelen komt, en zoeken zowel hij als ik de camping op die we in de planning hebben. Na een kwartier gecirkeld te hebben in de voorstad van Selestat blijkt dat de camping is opgedoekt, failliet. 5 km verder is er wel een andere, simpele en rommelige camping in het stadje. Tent uitgepakt en pizza besteld bij zo’n busje dat op de camping komt rijden. We missen de drank nog. Er staat een oude vreemde Duitse ex-Brummi bestuurder met een Volkswagen camper die tot de nok toe volgeladen is met allemaal ouwe meuk. Type ik-kan-echt-niks-weggooien. Malle Pietje maar dan in een bus. De beste man is alleen maar heeft nog wel 2 biertjes over na uitgebreid zoeken in zijn spullen. Gratis, zegt-ie omdat zowel Nederland als Duitsland het zo beroerd gedaan hebben, en we elkaar moeten steunen hierin….hij wordt de nieuwe Duitse bondscoach, zeg ik en dank hem uitgebreid voor de koolhydraten.

Er staat een zwembad pal naast de camping. De installaties blijven die nacht loeien dus lekker rustig is het niet. De grap is dat je door het harde fietsen toch wel in katzwijm valt, herrie of stank of honger, het maakt niet uit. Je kunt vreemd genoeg veel meer hebben. Je bent tevreden met wat water en brood, letterlijk.

Naar vrijdag 20 juli

1 dag terug