Dinsdag 24 juli 2018

Dinsdag dan vertrokken uit Chur, en ik dacht dat de 55km van vandaag, ondanks de verwachte stijging, wel te doen zou zijn. Ik was Chur nog niet uit of het begon giftig omhoog te lopen. En dat over een karrespoor met ook grotere stukken steen. Ik was nog niet eens een halve kilometer bezig of het spoor vertakte en werd nog steiler. Er kwam net een zwitserse wandelaarster aanlopen en wilde me weer naar het dal wijzen. Ze snapte er niks van dat ik de Polen-weg juist op moest. Dit pad is door Poolse arbeiders uitgehakt om toch door de bergen te kunnen lopen.

Muggen en veel vlinders zwermen om mijn bezwete kop als ik de fiets echt moet duwen omdat ik al bij de lichtste versnelling al doorslip.

Na een tijdje vlakt het wat af en ben ik echt hoog boven de Rijn beland met echt mooie uitzichten.

Afdalen is er niet meer bij en het water gutst uit de poriĆ«n. Ik moet denken aan wat Geert had gemeld: zorg dat je altijd om de zoveel tijd iets te zeiken hebt. Vaak bijvullen van de 2 bidons en ook letten of je voldoende zout bijvult. Ik kom in Thusis aan en pauzeer even en begin weer te stijgen op een doorgaande weg. Nu moet ik ook slecht verlichte tunnels door van rond de 200 meter lang door. Ik doe mijn mijnwerkerslampje op mijn hoofd en zet mijn achterlicht op knipperen. Na de eerste tunnel (wat klinken voorbijknallende motorrijders enorm hard in zo’n tunnel) staan een vrouw en dochter met 2 fietsen aan de kant. Als ik ze inhaal vragen ze of ik een verloren lichtje van een van hen in de tunnel heb gezien. Nee dus. Daarop is een van hen teruggefietst om in de tunnel te gaan zoeken…..tsja..

Het gaat nu weer steil omhoog en behalve een gemeentendienst vrachtwagentje die telkens voor mijn neus de borders schoon aan het maken was, en die ik telkens linksom moest passeren, ging het in goeie maar vermoeiende kadans naar boven. Soms was een weghelft afgezet en om en om eenrichtingsverkeer gemaakt met 2 stoplichten aan de kopse kanten. Gelukkig wel met een sensor die de wachtende tegenliggers laat wachten totdat die slome klimmer weer uit de reparatiezones was gekomen. Na 800 meter klimmen die dag bereik ik Spluegen, een bergplaatsje en ga op het tentenkamp staan.

Je ziet vanaf de camping de serpentinestukken naar de Spluegen pas omhoog lopen. Die avond praat ik met een vader en zoon die een rondje Rome doen: westelijke route heen en oostelijke route terug. De sfeer zit er goed in en we gaan vroeg pitten, en ik maak als avondeten de laatste muesli met melk. Dat scheelt ook in gewicht voor de dag erop. Het wordt die nacht niet warmer dan 10 graden terwijl ze in Nederland met een hittegolf kampen.

Naar woensdag 25 juli

1 dag terug