Woensdag 18 juli 2018

Een beetje brak staan we op (hoe kan dat nou), maar wel op tijd. Ontbijt is keiharde stokbrood met wat water. We vervolgen onze weg en proberen terug te keren naar mijn “kiezelspoor”. Het eerste bilcontact met het zadel in de morgen is altijd spannend: bijten ze elkaar? Vanmorgen gaat het niet echt lekker, maar gaandeweg de ochtend komt er toch een soort onverwachte diesel naar boven. Ik probeer bij het aangaan van de heuvels aan de voet wat meer in te houden en minder op de max naar boven te klimmen. Om iig wat meer over te houden aan het eind van de dag. In de ochtend diesel ik altijd wel stevig door en doen we om en om kopwerk als de weg dat toestaat (net fietspad) en als er wat hardere wind staat. ‘S middags volgt er een dipje en dan is het ook nog eens alle dagen boven de 28 graden. Geert wil eigenlijk wel op tijd aankomen bij campings terwijl ik ook nog wel ’s avonds nog wel door zou willen maaien op de pedalen. Toch hebben we een mooi compromis. Het Noord-Westen van Frankrijk met open landschap is nog steeds vrij saai en ook de dorpjes zijn dromerig, niet pittoresk, met heel veel landbouw werkzaamheden. Opvallend is het dat er heel veel gebouwen vervallen zijn maar dat er wel allerlei machines staan te ronken en er veel bedrijvigheid is. Na een enorm langgerekt fietspad langs een kanaal en een meer bereiken we Sarrebourg na 110 km. Mooie stad, druk ook, en het blijkt toch lastig te zijn om een soepje op een terras te eten: rommelig, te lastig met die fietsen en teveel verkeer: van 12 tot 4 is het best rustig op de weg maar na vijven wordt elke grotere stad een mierennest van auto’s. Heel weinig fietsers, alleen racefietsers of jongeren op MTB’s. Af en toe komen we stelletjes tegen die net zoals ik totaal volgehangen zijn met fietstassen. We groeten alleen degenen die GEEN elektrische fietsen hebben (grapje). Vlak na Sarrebourg krijgen we de bekende hongerklop en we stoppen bij een kruideniertje. Dit was toch erg bijzonder. Het is bloedheet daarbinnen, heel donker, en een soort dwergvrouw met onvolledig gebit en ravenzwart haar (waar het niet uitgevallen is) mompelt wat waarbij ik maar een enkele voortand mag ontdekken. Ik vraag of ze een koude cola (het verschil tussen froid en chaud weet ik na 4 dagen hitte wel) heeft maar het antwoord is nee. Ik kijk om me heen en tussen alle stapels dozen en rommel ontdek ik een kleine koelkast. Daar zitten 2 cola zero blikkies in. Ijskoud. Ik denk dat ze die voor haarzelf wilde bewaren. Het is in dit soort oude vervlogen winkeltjes wel goedkoop dus ik ga absoluut geen discussie aan, helemaal prima. Maar ik reken ze wel af. Blij dat ik weer buiten sta in de bloedhitte.

Het toetje van de dag is een koel kanaal langs het bos, dat telkens naar beneden gaat, en waar ons moderne GPX-kiezelspoor al stiekem begonnen is aan de Vogezen. Om 7 uur bereiken we de camping met zwembad (nog 20 minuten open dus net op tijd). Deze mensen snappen het: je krijgt een koud gevuld glas mee, en er staan picknicktafels bij de tentplekken. En ja hoor: weer een stel met 2 Santos fietsen. Bij de camping zit een echt geweldig en groot restaurant en we hebben de schade van de vorige dag daarmee ruim ingehaald. Topcamping, alles meer dan goed voor elkaar. Ik zoek de naam op: Camping-Piscine du plan Incline. Goed onthouden :-).

Hoe we aan de tientallen liters water komen tijdens de verzengend hete dag? Vullen bij kerkjes (met kerkhoven), die hebben vaak drinkwater. Je wil geen water van 35 graden opdrinken dus direct aanvullen en vrij snel bijtanken onderweg. Zo min mogelijk frisdrank, de cola alleen zero en als je in een dip zit. Eigenlijk moet je zoveel dringen dat je ook altijd wat te plassen hebt. Dat is dus heel veel, bij 35 graden en de hele dag gemiddeld 20 km/uur met 35 kg bepakking de heuvels in. Dat je het even weet.

Naar donderdag 19 juli

1 dag terug