Maandag 16 juli 2018

Hit the road om half 9 met 14 bolletjes brood en zonder beleg. Geert is een behoorlijk goeie klimmer, weinig bagage mee, ook nog 20 kg lichter en lichtere fiets, dunnere bandjes, dus dat is eigenlijk een kansloze missie om met zijn tweeën te fietsen. Zijn nadeel: iets te dunne bandjes voor een karrenspoor. Dus dat was toch wel in balans. Dacht ik. Zeker in het begin, toen we een karrenspoor terug omhoog moesten. Toen we bij Sankt Vith na een pauze de Vennbahn verlieten, was het direct wel keihard aan de bak. Klimmetjes van 5 km lang 8% maakten wel een duidelijk verschil tussen ons. Ik pak mijn eigen tempo, bergop. Op de vlakke Vennbahn stukken met tegenwind is het zoveel lekkerder fietsen met zijn tweeën vlak achter elkaar, maar heuvel op heb je niets aan elkaar. Het kan juist tegenwerken, als je teveel op de ander hangt en je jezelf opblaast. Geen probleem voor hem om op mij te wachten want meestal ga ik zonder pauzeren direct de afdaling in. Ondertussen vragen we ons af waarom een kudde Belgische padvinders van een jaar of 12 midden op een fietspad zitten terwijl wielrenners er met 40km per uur langsflitsen.

Dat is ook zo gaaf van die Vennbahn: geen ander verkeer dan fietsers. Omdat we behoorlijk breed zijn, fluorescerend, en met zijn tweeën, zorgen de auto’s op stukken zonder Vennbahn wel voor ruime bochten om ons heen. Dus geen onveilige wegen. De route is gebaseerd op “Benjamins route naar Rome”, en deze meneer heeft goed zijn best gedaan. Anders gaat het met mijn mede-Santos koper Eleonora: ze appte me vanuit haar Rome route, die veel Oostelijker juist langs de Rijn voert: bij het aankomen op haar camping moest ze eerst op het weggaan van de badgasten wachten totdat ze haar tentje op mocht zetten. Dan toch maar teleurgesteld in een dichtbijzijnd hotel gaan pitten. Lekkere campingbaas ben je dan.

We scheren langs de bovenkant van Luxemburg en tot twee keer toe hoor ik rare geluiden uit mijn fiets. De eerste kan ik wegspoelen met mijn bidon (kennelijk een vuiltje ergens bij de trapas), de tweede blijft de hele middag irriteren. Morgen er even naar laten kijken. Langs de oostgrens van Luxemburg zakken we naar beneden, met best steile hellingen waarin je niet harder dan 9 km per uur gaat, en dito dalingen met soms 50 km per uur. De Santos doet dit zonder moeite. Uiteindelijk een gemiddelde van 20 km per uur over 110 km gefietst. De rest van de middag fietsen we langs de Our, en het moet even duidelijk worden gezegd: Die hele Ardennen fietsroute vanaf Aken tot en met Luxemburg is geweldig mooi! Prachtige dalen, bossen, beekjes, vergezichten, mooie dorpjes en ruige landschappen. Het is 30 graden dus de flessen water gaan er rap doorheen. Zo’n 5 km na Roth zien we om 5 uur een ANWB camping. We hadden een grote mond over het in het wild kamperen maar deze optie was ook wel prima. Heel weinig mensen nog, het seizoen moet nog beginnen kennelijk. We zorgen in ieder geval voor (nog) meer groen in het landschap…Verder perfect zo veel ruimte.

Pizzapuntjes naar binnen gewerkt in het prima restaurant aldaar en het is alweer tijd om de matrassen te laten knarsen. Beide hebben we knarsmatrassen (knarsen is omgekeerd evenredig met het gewicht….) dus dan hoor je gelukkig elkaars scheten niet, zelfs al liggen we 20 meter naast elkaar…

Naar dinsdag 17 juli

1 dag terug