Re-Mix Marnix

Wageningen, anderhalf miljard seconden geleden. Je doet de deur van de kelder van de leerlingenraad open en je ziet niets meer voor je ogen. Verdwaasde blikken met rood verkleurde oogballen staren je aan als je beseft dat dit dagelijkse kost is, en geen brandoefening in een krakershol. Het was de tijd van Kung Fu en de Bruce Lee dorsvlegel waarmee ze in de garderobe, als de langharige conciërge even niet keek, de ventilatie overbodig maakten. Het was ook de tijd van de 27ste-jaarsen op universiteiten. Begin jaren 70 kwam daar (gelukkig?) een eind aan. Elke student moest binnen 7 jaar afstuderen. Pollens, deksels, bliksems, reeds!

Fast forward naar 2018. Leerlingenraad en schoolkrant staan onder vette druk, want er moet gepresteerd worden in de maatschappij en belangrijke zaken staan al op nummer 17 of 35 van ieders zijn prioriteitenlijstje. Schoolkrant? daar heb ik geen tijd voor. Is achterhaald, je hebt toch Insta, niet moeilijk doen. En: er zijn belangrijkere zaken. Bij sommige studies zul je in het eerste jaar alles moeten halen om verder te mogen studeren, en eeuwige studenten zijn een uitgestorven ras. In de jaren ’60 en ’70 was de leeropbrengst niet optimaal (understatement). We zijn dus na die anderhalf miljard seconden best opgeschoten, maar zijn we wellicht ook niet een klein beetje doorgeschoten? Ho, wacht: misschien word je er juist beter van als je als mens af en toe flink stresst? Die stress had een functie, 20.000 jaar geleden, toen er een beer op je af kwam. Maar toch: tussenjaren worden juist nu populair o.a. omdat leerlingen na hun examen kapot zijn. Nog een feit: op teletekst verschijnen berichten over burn-out bij 11-jarigen (…). Tegelijkertijd schrik je van het nieuws dat 90% van kinderen vaker binnen speelt dan buiten. Is het vreemd dat we met zijn allen straks een grote depri burn-out community gaan worden? Lees in onze schoolkrant hieronder wat er leeft. En zeg daarna toedeledokie tegen je mobieltje. Doe iets buiten. Door buiten weer beter van binnen worden.

Voor de volwassenen die nu doorlezen: Leerlingen hebben het over je. Pure verkapte reclame voor jezelf. Mocht je het daar toch een beetje moeilijk mee hebben, misschien helpt het als je binnenkort komt relaxen in de chillroom van de leerlingenraad. Dank aan alle leerlingen die de moeite hebben genomen om quotes en uitspraken van docenten op te sturen. We hebben maar een kwart van alle reacties uit onze ontplofte mailbox kunnen plaatsen. Wat we wel afspreken is dat we het met deze quotes netjes houden. Super, dat je heel goed snapt wat dat betekent.

Hieronder dus een alternatieve schoolkrant. Ruw, kaal, eerlijk, zonder plaatjes. Use your imagination. Je kunt op de items hieronder drukken, en je vliegt naar het betreffende stuk. Druk na het lezen van dat stukje weer op back home en je komt weer bovenaan terecht bij de inhoudsopgave. Lees op het strand, in het vliegtuig, in de bergen. Lees het thuis. Fijne meivakantie voor iedereen!

Redactie Re-Mix

Reactie? Schrijf naar remixmarnix@gmail.com



INHOUD:

De prestatiemarathon

Hee, zitzak!

A day at the races…

Ik….Zie……Wel

Ze komen en gaan

Een Sterk studentenleven

Bloody Eppingbrooks

Tussenjaar

Vlammen in het vragenvuur

Representatie en diversiteit in de media

Navolgers van Gilgamesj

Mr. X

Ice ice baby

Netgoed of netfout

Maestro

Applaus! voor jezelf

Au pair down under



DE PRESTATIEMARATHON

Tentamens, examens en presteren. Dat is waar mijn leven al sinds september om draait. Als vwo- eindexamenkandidaat ben ik druk, druk en druk. Ik moet goede cijfers halen, in één keer slagen en een goede vervolgopleiding gaan kiezen. Lang hield ik die prestatiedruk niet vol. Ik kreeg paniekaanvallen, hyperventileerde, raakte overspannen en ontwikkelde faalangst. Mijn ouders vertelden me dagelijks dat het niet uitmaakt of ik goede cijfers haal of niet, dat er belangrijkere dingen zijn in het leven. Maar ik luisterde niet. Al mijn vrienden halen goede cijfers, hebben rijlessen en ook nog een baantje. Ik hoefde alleen maar naar school. Ik moest en zou dus net zo goed presteren als iedereen. Ik heb keihard gewerkt en het resultaat mocht er wezen: al mijn gemiddeldes zijn hoger dan een 7,0. Ik ben natuurlijk ontzettend blij, maar weegt dit gevoel van euforie, dat slechts tijdelijk blijft, wel op tegen alle stress die eraan vooraf is gegaan?

We leven in een bijzondere samenleving. Iedereen is in staat om te doen wat hem gelukkig maakt. Dat blijkt wel uit onze positie in de ‘geluks-ranglijst’: Nederland staat al jaren in de top vijf van gelukkigste landen. Dit geluk wordt vooral veroorzaakt door de vrijheid die we in Nederland hebben. We kunnen kiezen welke opleiding we willen doen, welk beroep we gaan uitoefenen en met welke hobby’s we ons bezig gaan houden. Als die combinatie ons even te veel wordt, kunnen we rekenen op het warme nest van de verzorgingsstaat. Het is dus belangrijk dat we de balans vinden tussen school, werk en hobby’s. Stress is geen ziekte, werkdruk is gezond. Maar iedereen moet wel voldoende tijd nemen om va die druk te herstellen. Helaas is het niet voor iedereen mogelijk om een periode van rust te nemen. Als ik een keer een week rustig aan doe, moet ik de weken daarna twee keer zo hard werken om in te halen wat ik heb gemist.

De balans tussen rust en werken raakt bij steeds meer mensen zoek. Het aantal werknemers met een burn-out neemt toe. Psychologen hebben een wachtlijst van soms wel een half jaar omdat ze te veel aanmeldingen krijgen en jongeren raken depressief. De mensen in mijn omgeving hebben ook steeds meer te maken met deze onbalans. Mijn vader heeft een burn-out gehad, vier kennissen van mijn ouders zitten nu overspannen thuis en een vriendin van mij is arbeidsongeschikt verklaard omdat haar burn-out blijvende psychische klachten heeft veroorzaakt. Ook ik kan de balans niet vinden. Ik ben altijd maar bezig met school en als ik dan een keer vrije tijd heb, blijf ik maar denken aan de enorme berg huiswerk en leerstof die ik nog heb liggen. De prestatiemaatschappij is als een marathon: we rennen om het rennen en hebben geen oog meer voor het daadwerkelijke doel dat we willen bereiken. We moeten bewijzen dat we het kunnen, dat we meetellen en net zo goed zijn als de mensen om ons heen. De individuele winnaar neemt alles en is gelukkig, maar de verliezer – vaak dezelfde persoon, maar iets later – heeft niets en wordt treurig. Het aantal verliezers neemt toe. Depressie is in 2020 volksziekte nummer één.

Het aantal verliezers moet dus omlaag. De oplossing lijkt heel simpel: zorg ervoor dat niemand zich meer verplicht voelt om mee te moeten rennen. Helaas is het niet zo simpel. Prestatiedruk zit in onze cultuur. Volwassenen moeten passie hebben voor hun werk en ernaar streven om hogerop te komen. Kinderen moeten passie hebben voor hun hobby’s en uitblinken in alles wat ze doen. Passie is een doel op zich geworden, in plaats van een bijproduct van interesse. Dat merk ik bij mijn klasgenoten. Als laatstejaars moet je goed presteren op school en daarnaast sporten, werken en je rijbewijs halen. Ik heb geen bijbaantje, zit niet op een sport en ben al helemaal niet bezig om mijn rijbewijs te halen. Ik vind het al moeilijk genoeg om de balans tussen school en ontspanning te vinden.

Het is tijd om de marathon af te schaffen en de balans tussen druk en ontspanning terug te vinden. Het liefst een beetje snel, want ik heb geen goede conditie en kan deze marathon niet lang meer volhouden. Laten we allemaal luisteren naar mijn ouders en bedenken dat er belangrijkere dingen zijn dan goed presteren, zoals familie, vrienden en gelukkig zijn. Het is belangrijk om je best te doen en voor goud te gaan, maar de laatste plaats is ook goed. Streef er naar om niet anderen, maar om jezelf tevreden te maken. Natuurlijk voelt het goed om door anderen bewonderd te worden met de dingen die je doet, maar het voelt nog beter om jezelf te kunnen bewonderen.

Lobke Koot

back home

“Als je het niet snapt, moet je het ook niet proberen te snappen.” Van Santen

“1 Patat + 2 Patat = 3 Patat”. Laasri

“Maken en nakijken, M&N”. Van den Oever

“Dit is ZO augustus! Dit is ZO 2017!” Mevr. De Jong

“Dat is toch appeltje eitje of niet jongens?” Kemper



HEE, ZITZAK!

Je loopt langs lokaal 209 op het hoofdgebouw, en je ziet daar vreemde spannende kleuren op de muur. Wat gaat er gebeuren in dat lokaal? Wordt het een ‘fotolokaal’? Waarom zijn ze die kleuren aan het schilderen, alles is toch gewoon wit van binnen op het hoofdgebouw? Gaat Beeldende Vorming hier exposeren? Gaat Interne Begeleiding aan de gang met RAL-therapie? Mogen we in dit lokaal dan wel wespen tegen de muren knallen met post-elastieken? Of wordt het een Villa Volta dependance van De Efteling? Kortom, wat gaat er gebeuren?

Chill. Dat dus. Als alles goed gaat kan elke leerling over een paar weken in lokaal 209 lekker chillen en zich voorbereiden op bv. een repetitieweek. Er komen allemaal zitzakken en banken te staan. Heel veel van wat mogelijk is in dit lokaal hangt af van jezelf, en of je dit lokaal netjes houdt. Maar neem na de meivakantie rustig een kijkje, of vraag of je kunt helpen met een klus om zo snel mogelijk een duik in je eigen feel good vibe te kunnen nemen.

Heel veel plezier ermee!!

Groetjes,

de Leerlingenraad

back home

“Ja maar dat is toch onhAndig” (let op klemtoon). Horst

“gebakken koek’ + ‘dit is niet het meest sexy onderwerp, jongens”. Koolschijn

‘Boeie!’. Rouschop

“Hallo, kan het even?” Meij



A DAY AT THE RACES…

Ik word wakker om 21 minuten voor 7, maar mijn wekker gaat pas om 18 minuten voor 7. In die 3 minuten die ik eerder wakker ben maak ik mezelf minder slaperig. Dan ga ik als de wekker gaat meteen mijn bed uit. Ik kleed mezelf om, poets mijn tanden en ga onder de douche. Rustig ga ik naar beneden, smeer mijn brood, eet het op en smeer brood voor school. De deurbel gaat. Mijn vriend, waarmee ik zou gaan fietsen staat voor de deur. We gaan naar nog iemand waarmee we samen fietsen en dan gaan we met zijn drieën naar school.

Als ik bij school ben aangekomen, parkeer ik mijn fiets in de fietsen stalling van het junior gebouw. Dan ga ik naar binnen en stop mijn jas in mijn kluisje. Nadat ik dat heb gedaan loop ik naar de aula, die steeds meer wordt gevuld met leerlingen. Over een paar minuten gaat de eerste bel. Dan ga ik naar het klaslokaal dat aangewezen staat op magister. Ik heb dan mijn eerste vak. Het les uur verloopt snel met een grapje en wat informatie. We lopen met mijn vrienden naar het volgende vak. De lesuren zijn snel voorbij. We hebben dan al snel pauze. Mensen kopen dan broodjes en drinken uit de kantine en kletsen gezellig met elkaar. De volgende vakkenreeks komt weer. De vakkenreeks is ook weer snel voorbij met een grapje en oefeningen. Na de lange pauze hebben we de laatste vakken en daarna zijn we uit. Ik fiets dan naar huis met mijn twee vrienden die dezelfde richting op moeten fietsen als ik. Ik ben dan eindelijk thuis, en stort me op mijn huiswerk. Als dat af is doe ik iets voor mezelf tot ik naar bed moet. Ik word wakker om 21 minuten voor 7, maar mijn wekker gaat pas om 18 minuten voor 7. In die 3 minuten die ik eerder wakker ben maak ik mezelf minder slaperig. Dan ga ik als de wekker gaat meteen mijn bed uit. Ik kleed mezelf om, poets mijn tanden en ga onder de douche. Rustig ga ik naar beneden, smeer mijn brood, eet het op en smeer brood voor school. De deurbel gaat. Mijn vriend, waarmee ik zou gaan fietsen staat voor de deur. We gaan naar nog iemand waarmee we samen fietsen en dan gaan we met zijn drieën naar school. Als ik bij school ben aangekomen, parkeer ik mijn fiets in de fietsen stalling van het junior gebouw. Dan ga ik naar binnen en stop mijn jas in mijn kluisje. Nadat ik dat heb gedaan loop ik naar de aula, die steeds meer wordt gevuld met leerlingen. Over een paar minuten gaat de eerste bel. Dan ga ik naar het klaslokaal dat aangewezen staat op magister. Ik heb dan mijn eerste vak. Het les uur verloopt snel met een grapje en wat informatie. We lopen met mijn vrienden naar het volgende vak. De lesuren zijn snel voorbij. We hebben dan al snel pauze. Mensen kopen dan broodjes en drinken uit de kantine en kletsen gezellig met elkaar. De volgende vakkenreeks komt weer.

T.B
back home

“Zasendjertig”. Uiteindelijk”. Buurman

“Kiddo’s of dude”. Rozing

“Doe allemaal je telefoon weg, ik weet dat het pijn doet! ” Meij

‘Unfortunately peanutbutter’. De Vries



IK….ZIE……WEL..

Ik ben geen Einstein, Zuckerberg of Gates. Zoals iedereen op deze school moet ik het studiekeuzetraject volgen. Stoppen, een bedrijf opstarten of natuurtalent in Natuurkunde, dat zat er niet in voor mij. Er was geen bad met een eureka kreet, geen appel van een boom en ook geen ochtend waar ik dacht ik ga mijn eigen leven leiden. Nee, helaas. Studiekeuze was de enige manier om vooruit te gaan.

Het begon allemaal in de derde. Mijn eerste les natuurkunde, waabij ik aandachtig luisterde naar een docent die begon te vertellen over beweging en hoe het eigenlijk werkte. Ik haakte meteen af. Het duurde een paar maanden voor dat ik mijn liefde voor het vak begon te krijgen. Vanaf toen zat ik in een tunnelvisie. Ik wist dat dit hetgeen was dat ik wilde doen. Verhalen over ‘leprechauns’ die ‘big macs’ dragen, wat een model was voor een stroomkring. Dit was het moment waarop is wist dat ik een docent wilde worden, en niet zomaar een docent. Zo eentje die verhalen zou vertellen over leprechauns en big mac’s.

In de vierde begon het LOB-dossier, de meest gehate opdracht door leerlingen. Ik begon meteen met een kijkje nemen bij Technische Natuurkunde in Enschede. Het was een grauw, regenachtige dag, direct een voorspelling was voor de hele studie. Ik vond de onderwerpen oninteressant en het gebouw sprak mij niet aan. De vierde was het jaar waar mijn cijfers begonnen te dalen en niet omdat ik het zoveel moeilijker vond, zoals iedereen mij in de derde had gezegd dat het zou zijn. Nee, ik verloor een groot deel van mijn motivatie voor school. Achteraf zie ik dat het heel geleidelijk begon. In de tweede af en toe geen huiswerk maken. In de derde had ik helemaal geen huiswerk gemaakt voor Aardrijkskunde, wat een grote teleurstelling was voor mijn docent die aan het einde van het jaar mijn werkboek in keek en een grote leegte zag.

Het enige vak dat mij aansprak in de vierde was scheikunde: ik haalde goede cijfers en ging met plezier naar de les. Dat was toen ik een dubbele bachelor vond in Utrecht, namelijk in Natuurkunde en Scheikunde. Ik dacht dat het helemaal perfect was, dat het bestemd was voor mij. Ik ging naar Utrecht voor de open dag. De zon straalde, wat best zeldzaam is in maart, en ik vond het helemaal geweldig. Ik dacht: hier wil ik studeren en hier ga ik studeren! Ik kwam blij thuis en vertelde enthousiast dat ik mijn droom had gevonden. Vervolgens volgde ik een meeloopdag, en hoewel het weer er somber uitzag wist ik meteen dat dít het was voor mij. Geen twijfel mogelijk!

Het probleem met dromen is dat ze niet altijd uitkomen. De vijfde kwam, en ik kreeg nog minder motivatie en zin om ook maar iets voor school te doen. Wiskunde, wat ik altijd heel leuk vond, werd moeizaam en scheikunde werd onbegrijpelijk. Ik begon toen in te zien dat een dubbele bachelor te veel voor mij was. Ik zou het nooit halen. Kiezen tussen natuurkunde en scheikunde leek in eerste instantie niet makkelijk. Mijn mentor stelde combinatie studies voor, maar daar was ik niet in geïnteresseerd. Ik dacht terug aan mijn droom om docent te worden, die ik al sinds ik 8 jaar oud was had. Misschien moest ik toch een docenten opleiding volgen.

Ik ging kijken in Delft, om mij een beetje te oriënteren op andere dingen. Ik keek bij Technische Informatica en Electrical Engineering. Na die dag, dacht ik: dat ga ik doen! Elektriciteit was altijd het leukste onderwerp bij natuurkunde, dus waarom niet Electrical Engineering? Weer dacht ik dat ik het wist. Maar na lang nadenken bedacht ik me dat ik niet de andere onderwerpen van Natuurkunde wilde uitsluiten en scheikunde was duidelijk niet meer mijn ding in de vijfde. Ik schreef Natuurkunde op als eerste keuze en ging naar de zesde waar ik nog meer problemen tegen kwam.

Het ging steeds slechter met wiskunde, ik haalde met moeite een 6. En ja, ik had misschien meer mijn huiswerk moeten maken en beter moeten opletten in de les, maar dat is altijd wat je achteraf denkt. Ik weet dat Natuurkunde heel veel wiskunde bevat, en mijn studie bestond voor meer dan de helft uit wiskunde. Mijn mentor zei dat ik voor het geval dat verder moest kijken. Hij kende me blijkbaar beter dan ik wist, zelfs beter dan ik mezelf kende. Ik zocht naar meer studies, maar ik zat al in de zesde klas en wilde niet nog naar andere universiteiten kijken. Dus ging ik met een pen door alle mogelijke studies. Ik kwam er snel uit: werktuigbouwkunde. Ik ging erover lezen en zag hoe het niet alleen natuurkunde bevatte, het ook een stuk minder wiskunde was dan natuurkunde. Ook leerde ik dit jaar dat ik het leuk vind om dingen te bouwen. Mijn keuze lag vast. Alweer.

Nu weet ik het niet meer, ik heb me altijd zo gefocust op natuurkunde. Ik heb informatica niet eens een kans gegeven terwijl dat het leukste vak is op school. Terwijl ik er ook nog eens goed in ben. Hoe meer ik met scheikunde bezig ben, hoe meer ik mij besef dat ik dit leuk vind. Wat als werktuigbouwkunde niks voor mij is? Wat als ik niet genoeg heb gekeken naar al de opties die ik had. Mensen zeiden mij dat ik geluk had dat ik al wist wat ik ging doen. Niemand vertelde me dat het ook een nadeel was.

Ik ging van natuurkunde, naar natuurkunde en scheikunde, naar Electrical Engineering, terug naar natuurkunde, en nu werktuigbouwkunde. En ik weet het nog steeds niet zeker. Maar wat ik wel weet is dat ik ervoor ga. Als het niks blijkt dan heb ik weer wat geleerd over mezelf. Wat ik dan ga doen? Weet ik niet, dat zie ik dan wel weer.

K.T.
back home

“People never change”. Soede

“Gents!”. Bruinse

“That’s a pity”. Houba

“I’m a generous god”. Telleman



ZE KOMEN EN GAAN

Elk jaar komen en gaan er docenten. Meestal is het erg jammer als een docent weggaat, maar het is eigenlijk heel erg leuk om ze nog eens te volgen. Het schijnt zo te zijn dat 80% van de mensen die van baan verandert, zich in zijn nieuwe baan beter voelt. Elke docent doet nieuwe ervaringen op in een periode van lesgeven. Of dat nou voor een paar weken is of voor meerdere schooljaren, nieuwe ervaringen zijn er altijd. Daarom delen maar liefst vier ex-Marnix docenten hun ervaringen met ons.
Redactie: Floor van der Werf.

Fianne Freij
Tijdens het schooljaar 2016-2017 mocht ik enkele maanden lessen Nederlands vervangen. Ik werd warm ontvangen door de collega’s en kon zoveel vragen op hen afvuren. Erg fijn! Maar het leukst waren jullie natuurlijk, de leerlingen. De onderbouwklassen waarvoor ik mocht staan, waren positief, oplettend, meedenkend en gezellig. Mij viel vooral de motivatie op: de meesten van hen gingen er echt voor. Tot slot heb ik op het Marnix veel structuur gezien en ervaren. Niet alleen de schoolregels zijn duidelijk, alle opdrachten en toetsen worden vooraf vastgelegd en jullie worden daarover geïnformeerd. Handig en fijn, vond ik tenminste. Dat heb ik niet eerder zo strak gezien, en dat is op veel scholen slechter geregeld! Dat alles maakte lesgeven op jullie school voor mij echt tot een feest.

In schooljaar 2016-2017 heb ik met veel plezier Nederlands gegeven op het Marnix College. Nu werk ik met net zoveel plezier op het CLV in Veenendaal. Beide scholen hebben veel in hun mars en die positieve punten heb ik op een rijtje gezet.

 

Florien van Dongen
Wat ik voorop wil stellen, is dat jullie leerlingen geweldig zijn. Een kenmerk van het Marnix College is dat er twee gebouwen zijn voor de leerlingen, zodat er rust is voor de onderbouwleerlingen en de bovenbouwleerlingen. Daarnaast zijn er activiteiten die de school aanbiedt buiten de lessen om (schoolreisjes, excursies naar het buitenland etc.). Last but not least, er is een heldere en duidelijke jaarplanning van toetsen die de leerlingen kunnen verwachten en andere lesactiviteiten. Super fijn voor docent en leerling!

Nu werk ik dus bij het Christelijk Lyceum Veenendaal. Ook over deze school zijn veel positieve punten. Ook op deze school zijn de leerlingen geweldig! Het CLV is heel groot, waardoor er rust kan worden gecreëerd.  Voor alle verschillende niveaus zijn er meerdere gebouwen: het Brughuis, het MAVO-huis, het Theoriehuis, het Studiehuis en het Praktijkhuis. Op deze school focussen ze op sport en het creëren van toneel/muziekvoorstellingen ieder jaar. Wat ook erg fijn is, is dat er een goede communicatie tussen collega’s en de directie is met betrekking tot ontwikkelingen binnen de school. Geniet van jullie tijd op het Marnix College en voor de leerlingen die ik les heb gegeven een extra schouderklopje, goed je best doen!

 

Anna Wya en Martine de Jong
Hallo allemaal! We hopen dat het goed met jullie gaat daar aan de overkant! Met ons gaat het heel goed hier op het Streek. De leerlingen zijn hier super aardig, dat was wel een verademing na op het Marnix les te geven. Grapje. We missen de leerlingen en gezellige collega’s van het Junior wel hoor! Voor wie niet weet wie wij zijn; wij zijn Martine en Anna Wya (zussen). Wij gaven tot 1,5 jaar geleden les op het Marnix. Martine was stagiair bij Willem Slagter (wiskunde) en Anna Wya gaf muziek.

Ondanks dat we hemelsbreed niet zo ver bij elkaar vandaan zitten, verschillen onze scholen wel enorm. Lees hieronder hoe wij de verschillende scholen ervaren, gemaakt in de vorm van een tabel, want anders wordt Martine gek.

Het Streek Bovenbuurtweg Marnix Junior
Gebouw Dit gebouw is best wel lelijk, oud en grauw. In het muzieklokaal is het meestal 2 graden boven nul en we hebben geen ramen. In de zomer is het soms een soort chronische saunatoestand op de derde verdieping. Dat maakt het allemaal natuurlijk één groot avontuur om hier te werken. Mooi licht en modern. De uitstraling is prettig. De tralies in het muzieklokaal en de geur die daar vaak hing, mis ik niet zo. Wel mis ik de studio’s!
Kantine We hebben altijd verse warme appelflappen, gezonde salades en elke vrijdag Turkse pizza met knoflooksaus! Het winkeltje is bijna altijd open. Er waren altijd lekker belegde broodjes, maar het was wel moeilijk om er één te bemachtigen, want de pauzes waren denk ik te kort.
Docenten We hebben veel jonge collega’s, maar ook oude en ook hele oude. Dat is gezellig! De collega’s bij muziek zijn heel grappig en leuk en we vormen samen met Martine ook een band. We hebben al één keer opgetreden en je zou dus kunnen zeggen dat het al erg goed gaat met onze carrière. Het zal je verbazen hoe mooi vier blokfluiten eigenlijk samen klinken. (Onze versie van Beat It is echt awesome. Fuuu fuuu, fuuu fuuu!) Onze collega’s op het Junior vonden we HEEL gezellig. Iedereen is super grappig. Er zijn veel docenten die echt de tijd nemen om elkaar even voor schut te zetten of een goed gesprek met je aan te gaan. Dat missen wij!
Conciërges Onze conciërges zijn fantastisch! Enorm droge en grappige mannen die altijd voor ons klaar staan en ons altijd helpen. Sowieso dat er twee zijn die Jacky en Johnny heten, is al awesome. En Jacky komt soms even mee drummen tijdens de les! Het was altijd gezellig om vijftien keer per dag te zwaaien naar de conciërge omdat je er zo vaak langs loopt (tenminste…Anna Wya liep er zo vaak langs, want ze vergat nogal eens wat)
 

 

Leerlingen

De leerlingen op het Streek zijn de beste leerlingen ever. Super sociaal, sympathiek, gezellig en vrolijk.

De sfeer onderling is altijd goed, iedereen is lief voor elkaar en iedereen wordt in zijn waarde gelaten. Er zijn veel leerlingen met ongekend talent die meedoen aan de Olympische spelen of met onze musical, die op 21 en 22 februari was.

 

 

De leerlingen op het Marnix vonden we ook erg leuk. We komen ze nog regelmatig tegen!

Schoolfeesten De schoolfeesten zijn altijd helemaal bomvol en tot de laatste minuut gezellig op de dansvloer! Superleuke thema’s, maar soms wel best heel weinig feestgangers.
Kampen We gaan in de voorjaarsvakantie voor het eerst mee op skikamp, daar hebben we super veel zin in! We hebben ook supertoffe zeilkampen in de zomer. Helaas geen Langweer voor de tweede klas. Langweer is echt té leuk. En het skikamp was ook super!

We zijn vast nog van alles vergeten te vertellen, maar we denken dat jullie nu een aardig beeld hebben van wat we aan het doen zijn op het Streek en welke dingen we wel en niet missen. Hopelijk hebben jullie het daar net zo naar jullie zin als wij hier. We zijn benieuwd hoe het met jullie gaat! En de groetjes aan alle collega’s van het Junior!
back home

“What language are we speaking?”, “I don’t want to hear any dutch” Massaar

“That bloody thing”, “In a certain extend, yes” Nijenhuis

“Ik zou nu heeeel boos kunnen worden, maar ik hou me gedeisd!” Vink

“Fermez le livres, s’il vous plait”. Eppingbroek



EEN STERK STUDENTENLEVEN

Een geniale vondst vond ik het: aluminiumfolie op het fornuis. Niemand had namelijk tijd of zin om na het koken schoon te maken. Fleur Sterk schrijft over haar tijd als student in een studentenhuis. Misschien kent een aantal van jullie mevrouw Sterk wel, want ze heeft zeven jaar natuurkunde, techniek, technologie en rekenen gegeven op het Marnix College. Nu is ze werkzaam op Streek Bovenbuurtweg, waar ze met veel plezier natuurkunde en techniek&toepassing geeft. In dit artikel vertelt ze over haar leven als student in een studentenhuis.

Een andere oplossing die we hadden gevonden, was voor de toiletten. bij het rechter toilet mocht de bril omhoog, dus die werd door de mannen gebruikt en (niet) schoongemaakt en de rechter toilet bleef intussen heerlijk fris. Er was wel een issue, want helaas hadden we niet voor alles een goede oplossing. De tuin was echt verschrikkelijk. We wilden allemaal groen wonen en duurzaam leven, maar niemand had echt zin om onkruid te wieden. De tuin veranderde dus in een prachtige authentieke wildernis, waar we af een toe samen een biertje dronken. Uiteindelijk is dat is toch eigenlijk wel de essentie van het leven in een studentenhuis: samen een biertje drinken.

In ons huis woonden zes mensen en het waren zes mensen met zes karakters. Met sommige van hen ben ik nog steeds bevriend. We hadden een gemeenschappelijke interesse, kwamen elkaar veel tegen en zo ontstonden er vriendschappen. Ook ontstonden er nieuwe vriendschappen in studiegroepjes en bij studentenverenigingen. Om eerlijk te zijn: het samen doen van de afwas verbindt toch het meest. Dat is volgens mijn teamleider zelfs bewezen, maar er waren natuurlijk ook huisgenoten die je het liefst door de plee spoelde. Huisgenoten die je voorraad koekjes opaten, de huiskat stiekem pijn deden, ongelooflijk luidruchtige huisgenoten de liefde bedreven en huisgenoten die gewoon ronduit gek waren. We kozen huisgenoten wel uit met een soort sollicitatieprocedure (hospiteren), maar je kon de pech hebben dat je met een psychopaat te maken had en die kunnen goed liegen, dus dan was die hele procedure niet echt nuttig geweest. Gelukkig leverden die psychopathische huisgenoten wel weer spannende verhalen op, waar je bij het genot van een biertje over kon vertellen.

Had ik al verteld dat ik geen bier drink? Studenten schijnen erg veel bier te drinken, maar ik dronk altijd thee. Samen theedrinken is natuurlijk ook super gezellig.

Al met al was de tijd waarin ik in een studentenhuis woonde erg leerzaam. Ik moest een balans leren vinden tussen studie en studentenleven. In een studentenhuis kun je dat afkijken, want er woont meestal wel een oudgediende, die weigert te verhuizen of die gewoon nooit zijn studie afrondt. Dat laatste was duidelijk niet mijn plan. Er waren ook studenten die zo hard studeerden dat ze nooit tijd hadden voor lol. Dat wilde ik ook niet, dus ik koos ervoor niet te kiezen en daardoor ging ik over de kop. Daar was laatst een item over in het nieuws. Er schijnen steeds meer studenten te zijn met een burn-out. Het enige wat ik kan zeggen over mijn burn-out: ook daar leer je wat van. Het was niet leuk en het duurde veel te lang, maar nu weet ik wel wat mijn grenzen zijn en dat ik soms nee moet zeggen. Ook als mijn superlieve zesjarige ‘huisgenoot’ mijn koekjes heeft opgegeten of als een leerling toch nog even drie weken na de deadline dat verslag wil inleveren dat hij helemaal was vergeten. In een studentenhuis leer je wat je wel en niet wilt, wie je wel en niet wilt zijn en vooral hoe je samen gezellig een biertje/thee kunt drinken in de tuin en dat het dan helemaal goed is.

Wat leuk dat dit straks allemaal voor jou nog gaat gebeuren! De mooiste tijd van je leven, als je op tijd afremt voor een burn-out!

Redactie: Floor van der Werf

back home

 

‘moraal van het verhaal’, ‘kleine apies’. Loth

“Wat ben je toch een dropveter”. Minks

“okee mensen”. Van Den Top

Krings houdt er bijnamen voor zijn leerlingen (alleen voor jongens) op na, dit is wat we dit jaar hebben verzameld:

– kerel, – maat, – gozer, – jongen, – gekke boy, – vriend, – wandelende flapdrol, – hola amigo



BLOODY EPPINGBROOKS

Mevrouw Eppingbroek logeert twee maanden bij een Australische familie met zes kinderen (15, 14, 13, 9, 5, 0). ‘s Ochtends helpt ze de kinderen met het maken van ontbijt, aankleden en tanden poetsen. Ze brengt ze naar school en haalt ze ’s middags weer op. Dan helpt ze met huiswerk maken, plannen, overhoren.

Sarah is 14 jaar en gaat naar Brisbane State High School, net als haar broer en een van haar zusjes. Ze kan lopend naar school als ze bij haar vader is. Als ze bij haar moeder is, pakt ze de trein of de bus. Ze zit in leerjaar 10, vergelijkbaar met onze tweede klas.

De schoolvakken zijn een beetje anders dan hier. “Ik ga van 9 tot 3 naar school en ik heb maar vier vakken per dag. Die duren wel allemaal 70 minuten.” Ze hebben uiteraard vakken als talen (keuze uit Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Japans, Spaans), biologie en wiskunde, maar ook vakken die wij niet kennen. Zoals Beast: Built Environment, Aeronautical Science and Technology, waar leerlingen leren over bouwen, constructiewerk en techniek, maar ook over de ruimtevaart. Sarah heeft ook een vak waarin ze leert om Personal Trainer te worden. Opvallend is dat alleen wiskunde en Engels verplicht zijn, verder mag ze kiezen wat ze wil.

“Ons schooljaar bestaat uit vier periodes. Aan het eind van een periode hebben we examens.”

In de klas zitten ze in groepjes of in rijen, afhankelijk van wat de docent wil. Daarin verschilt Sarahs school niet zoveel van de onze. Ze spreekt haar docenten aan met ‘Miss’ of ‘Sir’. “Ik weet dat Miss en Mister logischer zou zijn. Of Madame en Sir, maar dit is nou eenmaal wat we zeggen, haha.” Ze blijft graag even kletsen met haar docenten na de les of in de pauze. “Vooral aan het begin van het schooljaar, want dan leer ik hen een beetje kennen.” Ook Sarah moet wel eens een briefje halen als ze te laat is. “Soms ben ik niet helemaal eerlijk. Dan zeg ik gewoon dat de bus te laat was of zo.” De school laat ook aan de ouders weten dat ze te laat was.

In Australië wordt sport vaak uitgeoefend op school. Sarahs school heeft een uitgebreid aanbod van buitenschoolse activiteiten. “Ik ben gek op sport, ik sport het liefst de hele dag. Ik doe aan cricket, softbal, hardlopen en fietsen. En elke maandag heb ik ‘Air Force Cadets’.”

De Australian Air Force Cadets (AAFC) is een organisatie die gesteund wordt door de Australian Air Force, de luchtmacht. Jongeren tussen 13 en 18 jaar leren hier vaardigheden als leiderschap, op jezelf vertrouwen, samenwerken en communicatie. De activiteiten die ze doen zijn erg cool. Zo hebben ze ‘avonturentraining’, waarbij je moet denken aan survivallen, stormbanen, droppingen. Ze hebben brandoefeningen, leren navigeren, hebben zogenaamde ‘drilltrainingen’ en ze leren vliegen! Als je deel uit wilt maken van deze groep, moet je dus wel een beetje avontuurlijk zijn ingesteld.

Alle leerlingen in Australië dragen een schooluniform, dat ze kunnen kopen in de uniformwinkel op school. “Ik ben eraan gewend om een uniform te dragen. Eigenlijk is wel fijn dat ik nooit ’s ochtends hoef na te denken over wat voor kleren ik aan wil. En iedereen draagt hetzelfde, dus niemand wordt uitgelachen vanwege zijn of haar kleren. Daarnaast is het ook in het kader van veiligheid. We hebben ongeveer 3200 leerlingen op school. Nu kan niet iedereen zomaar binnenlopen.”

“Aan het eind van het semester hebben we een schoolfeest. Die zijn best wel leuk. Iedereen neemt iets te eten of te drinken mee. Soms kijken we een film, een andere keer gaan we dansen. Elke klas heeft zijn eigen feestje. We hebben geen feest voor de hele school.” Uiteraard vraag ik haar ook naar hun schoolkrant, maar die hebben ze niet. “We hebben wel een nieuwsbrief, daar schrijven ook leerlingen aan mee.”

Een aantal aangeboden activiteiten op school: football, badminton, basketbal, schaken, cricket, crosscountry, debatteren, schermen, voetbal, ritmisch gymnastiek, hockey, netbal, roeien, rugby, softbal, zwemmen, tennis, touch football, volleybal, waterpolo, dansen, muzieklessen (instrumenten bespelen, orkest), theatertechniek (licht, geluid, ‘stage management’, etc.), koor, toneel.  

Sarahs agenda op woensdag:
6.00u: Opstaan

6.05u: Koffie. Eerst koffie.
6.45u:  Naar school
7.00u: crickettraining
9.00u: school begint
HPE (Health and physical education)
ARC (Academia, resilience and careers) (ze leren hier vaardigheden die ze nodig hebben in de rest van hun leven, zoals: studievaardigheden, leren omgaan met stress, eigen sterke punten en zwaktes leren kennen.). Lunch. Biologie. Cet IV fitness (hier leren ze je om personal trainer te worden. Duurt drie jaar).
14.50u: school is uit
15.00u: cricketwedstrijd
18.00u: tijd om naar huis te gaan
19.00u: avondeten
20.00u: huiswerk

back home

“Oooooh my ghhhhooood” Horst

“Okee Luitjes, okee, we gaan nu weer terug naar keiharde algebra, okee?”. Varga

“Dat we melkzuur in plaats van alcohol produceren tijdens het hardlopen, is een van de grootste tragedies van de mensheid.” Telleman

“Het fijne aan een bètaprofiel hebben, is dat je altijd aan je BiNaS al een vriend hebt.” Telleman



TUSSENJAAR

Wat is een tussenjaar eigenlijk?

Een tussenjaar, je hebt vast wel eens voorbij horen komen of wellicht overweeg je zelfs om er een te nemen?! Het begint ook op het Marnix populair te worden. Lees de andere artikelen, en je weet precies waarom een tussenjaar voor sommigen heel erg nuttig is, alleen al voor je gezondheid. Maar wat is het nou precies?

Een tussenjaar betekent meestal dat je een jaar vrij neemt na je middelbare school voordat je (weer) gaat studeren. Een tussenjaar duurt over het algemeen een volledig schooljaar. Dat wil zeggen dat als je klaar bent met je examens, je pas na de zomervakantie van het volgende schooljaar weer verder gaat met studeren. Een jaar klinkt misschien lang, maar er zijn ontzettend veel mogelijkheden dit jaar te vullen! Ik ken een meisje dat een paar maanden fulltime is gaan werken in een biologische winkel, en daar zelfs alles deed: de inkoop, klantcontacten, gesprekken met vertegenwoordigers. Daarna is ze naar Zuid-Spanje gegaan voor een zonnige cursus Spaans, terwijl het hier baggerweer was. Toen heeft ze geholpen bij een basisschool, en ze heeft nu besloten om de academische PABO te gaan doen in Groningen.

Natuurlijk verschilt de rede voor het nemen van een tussenjaar per persoon. Hieronder staan een paar redenen voor het nemen van een tussenjaar. Weke past bij jou?

Je weet nog niet wat je wilt studeren

* en je wilt dit gaan uitzoeken tijdens een vrij jaar

* je wilt gewoon nog even niet aan studeren denken

* je vind dat je wel een lange vakantie hebt verdiend

Je weet wel wat je wit studeren

* en je wilt ervaring op gaan doen voor een later beroep

* je vindt daarom dat je een lange vakantie hebt verdiend

* je wilt graag wat van de wereld zien voordat je vervolgopleiding begint, want daarna kan het lastiger.

Dianne doet sociaal vrijwilligerswerk in Ghana tijdens een tussenjaar:

Ik heb bewust voor Projects Abroad gekozen omdat dit mijn eerste reis buiten Europa was en de organisatie 24/7 voor je klaar staat. Ze zijn erg bij je betrokken en helpen je met keuzes maken. Ook wordt er iedere week een bijeenkomst met de andere vrijwilligers georganiseerd, waar je je ervaringen deelt, bijkletst en ideeën aan elkaar voorstelt. Verder krijg je een hele introductie in je stad en word je overal in begeleid. Dankzij Projects Abroad is mijn eerste grote reis een geweldig succes geworden. Ik ben een hele ervaring rijker en had het voor geen goud willen missen!

J.E.
back home

“Die dobbelsteen… ik vertrouw hem niet.” Verhagen

“Ik ben klaar met mensen.” Koolschijn

‘Het zijn best wel rare beesten, al zeg ik het zelf’. “Whatever”. Van Den Top

‘Je moet gewoon een beetje tekenen’. Bijkerk



VLAMMEN IN HET VRAGENVUUR

In deze rubriek wordt elke keer een docent ondervraagd met de meest prikkelende vragen over school, studie en het leven. Altijd al willen weten hoe andere mensen hun studiekeuze hebben gemaakt of waar iemand anders dankbaar voor is in het leven? Lees dan zeker dit interview.

Het extraatje van het interview: de docent mag aan het einde van het interview een volgende slachtoffer aanwijzen voor dit vragenvuur! Deze keer ondervragen we docent levensbeschouwing, mevrouw Clevis.

1. Wat is uw leukste herinnering aan de middelbare school?

‘Ik had hele goede vriendinnen met wie ik de grootste lol had. We zaten altijd achter de jongens aan en we gingen altijd naar de schoolfeesten. Schoolfeesten waren echt heel leuk! Ook kom ik uit een onderwijsfamilie. Mijn vader was docent Duits en als mijn vader dan nog op school was, ging ik altijd rondhangen op school. ’ 

  1. Welke studie(s) heeft u gedaan?

‘Eerst heb ik de Pabo gedaan. Na een aantal jaar heb ik mijn master levensbeschouwing en humanistiek gehaald aan het HVO in samenwerking met de UvH, de Universiteit voor Humanistiek.’ 

  1. Bevielen deze studies?

‘De Pabo vond ik leuk, want je ging snel oefenen in de praktijk door middel van een stage. De balans tussen theorie en praktijk is erg goed. Ik miste alleen een stukje persoonlijke ontwikkeling. Het is allemaal erg prestatiegericht in het basisonderwijs. Het is erg belangrijk om zo goed mogelijke cijfers te halen, terwijl ik het juist heel belangrijk vind dat de leerlingen ook zichzelf ontwikkelen. De UvH vond ik super leuk en heel interessant. Je hebt hier heel veel verdieping in één vakgebied. Ik wilde meer verdieping, dus hier zat ik goed. Ook heb je daar de kans om stage te lopen en hierdoor kon ik ook veel kennis vergaren.’ 

  1. In welke stad/steden heeft u gestudeerd?

‘Ik heb in Maastricht mijn Pabo behaald. Maastricht is echt een gemoedelijke studentenstad. Het is echt een aanrader! De stad is echt super mooi en je krijgt er echt het gevoel van het Bourgondische leven. Daarna ben ik naar Utrecht gegaan, waar ik mijn master op de UvH heb behaald. Ik was toen al wat ouder, waardoor ik het studentenleven daar niet heel erg heb meegemaakt. Wel zijn de studenten op de UvH erg gezellig.’ 

  1. Heeft u nog een tip voor het kiezen van de juiste studie?

‘Volg je hart! Kijk naar wat je echt wilt en welke bijdrage jij wilt leveren aan de maatschappij. Kijk niet alleen naar de kansen die er bij elk beroep zijn, maar kijk wat dicht bij jezelf ligt. Als je heel erg gemotiveerd bent, dan kun je ook tegen een stootje, als het een keer wat minder loopt.’ 

  1. Nu werkt u als docent, wat maakt uw werk nou zo mooi?

‘Iedere dag is anders. Je werkt met jonge mensen, waardoor het allemaal zo afwisselend is. Het contact met de leerlingen is ook zo leuk. Ik vind het een gevoel van voldoening geven als ik de leerlingen weer wat heb geleerd. Ik wil leerlingen iets meegeven om een goede plek in de maatschappij te kunnen krijgen. Zoals Nelson Mandela zei: “Education is the most powerful weapon which you can use to change the world’’ en dat vind ik heel mooi gezegd!’

 7. Wat was de eerste indruk die u had van het Marnix College toen u hier kwam werken?

‘Mijn eerste indruk van het Marnix College was heel positief. Ik vond en vind het nog steeds een sfeervolle school. Het is een grote school met veel leerlingen, maar het voelt als een kleine school. Dat komt ook door het unieke concept met een Junior gebouw. Dat is erg prettig. Toen ik hier voor het eerst kwam, was het meteen een plek waar ik me wel welkom voelde.’ 

  1. Even wat andere vragen. Wat wilt u het liefst per direct veranderen aan deze wereld?

‘Ik zou heel graag willen dat er overal gelijkheid is. Iedereen moet gewoon gelijke kansen hebben. Als overal gelijkheid is, is er geen armoede meer en onderwijs is er dan voor iedereen. Het is ook belangrijk dat we met z’n allen iets doen aan de klimaatverandering. Deze veranderingen van het klimaat zijn niet positief en zorgen voor droogtes of juist overstromingen, schade aan ecosystemen en bedreiging van de voedselproductie. Dit zorgt voor veel leed.’ 

  1. Waar bent u dankbaar voor in het leven?

‘Ik ben heel dankbaar voor alle liefdevolle mensen om me heen. Familie, vrienden en mensen die ik heb ontmoet en een band mee hebt opgebouwd. Waar ik ook heel dankbaar voor ben, is dat ik mijn eigen keuzes kan maken en daardoor kan doen wat ik leuk vind om te doen. Helaas heeft lang niet iedereen het recht eigen keuzes te maken.’ 

  1. Wat is het beste advies dat u ooit van iemand heeft gekregen?

‘In de loop van het leven krijg je allerhande adviezen, maar eentje is me bijgebleven en zal me ook nog lang bijblijven. Dit advies luidt als volgt: Denk in mogelijkheden en niet in het onmogelijke. 

  1. Is er iets wat u alle leerlingen wilt meegeven?

‘Jouw perspectief is niet het enige perspectief op de wereld. Het is heel belangrijk dat je je eigen perspectieven en meningen vormt, maar bedenk ook dat deze perspectieven en meningen alleen die van jou zijn. Anderen kunnen het hier dus niet mee eens zijn.’ 

  1. De vraag die natuurlijk niet mag ontbreken: welke docent wordt het volgende slachtoffer voor deze vragen?

‘Het volgende slachtoffer voor dit interview is meneer Koolschijn. Ik vind hem een heel inspirerend persoon, dus ik ben heel benieuwd!

Redactie: Floor van der Werf
back home

‘Goeeeedemorgen’. Vorselman

‘Soms moet je je vinger erin durven steken’ Van der Veeken

“If you could all stop breathing, that would be great.” Gertsen

“Awesome”! Rozing



REPRESENTATIE EN DIVERSITEIT IN DE MEDIA

Toen ik hoorde dat ik weer mocht schrijven voor de schoolkrant, begon ik gelijk. Ik had dit idee al heel lang in mijn hoofd, omdat ik dit erg belangrijk vind als een biseksuele tiener. Ik zie niet erg veel gevarieerde karakters, en ik vind dat dat anders moet. En zoals iedereen weet, is de schoolkrant een perfecte plek om verandering in de media te starten. Dus dit is: “Representatie en diversiteit in de media”!

Zoals ik eerder verteld heb, ben ik bi. Daarom ga ik een paar voorbeelden geven van goede en slechte representatie, omdat ik dit het beste begrijp. Een slecht voorbeeld: Barbara Kean van de serie Gotham

Barbara Kean wordt neergezet als een bi vrouw, wat wel fijn is, omdat het vaak vaag is. Helaas is ze ook neergezet als een vreemdgaande trut, wat een pijnlijk bi stereotype is. Dat haar seksualiteit duidelijk is, betekent niet dat dit goede representatie is.

Een goed voorbeeld: Diana Price van de stripboeken/films van Wonder Woman

Diana Price is, naar mijn mening, goede representatie van een bi persoon, omdat, zoals Barbara Kean, haar bi-heid niet onduidelijk is, maar, in tegenstelling tot Bah-bara K-ew-an, ze ook een goed persoon is. Ook is haar biseksualiteit niet haar enige kwaliteit. Ze is een zorgzame, geweldige superheldin, and dat maakt haar zo goed.

Een slecht voorbeeld: Maureen Johnson van de musical/musicalfilm RENT

RENT is een erg populaire musical, vooral vanwege de diversiteit. Ik ben zelf niet de grootste fan van RENT, vooral omdat ik een hekel heb aan alle karakters. Vooral Maureen en Mark, maar Mark is nu niet relevant. Ik vind Maureen irritant omdat ze het ultieme bi stereotype is. Wil met iedereen, gaat vreemd, en is een grote fan van PDA (op een tafel? In een restaurant? Stop.). Veel mensen zien RENT als “groundbreaking”, maar misschien moeten we nu iets beters gaan zoeken voor alle bi mensen.

Een goed voorbeeld: Jemilla van de musical Firebringer

Ik zei net dat we iets beters moesten vinden in musicals, en volgens mij heb ik het. Jemilla uit Firebringer is naar mijn mening geweldig. Firebringer is gemaakt door Team Starkid, een theatergroep die niet erg bekend is. Jemilla is een leider, dol op vrede en regels. In akte 2 (spoiler) gaat ze van haar eigen stam weg, en gaat bij een andere stam, waar ze met duizenden mannen en vrouwen trouwt (het publiek). Dit betekent dat ze polygaam is, maar dit betekent niet dat ze vreemdgaat, wat altijd goed is. Later (nog steeds spoilers) trouwt ze met Zazzalil, als ze terugkomt naar haar oude stam. Vrolijk einde voor the gals, dus!

Conclusie:

Als je een schrijver bent en van plan bent om een bi karakter in je werk te stoppen, hou in je hoofd dat niemand stereotypes fijn vindt, en dat ze nog steeds personen moeten zijn, geen planten die ervoor kunnen zorgen dat je werk er progressief uitzien. Wij verdienen meer dan dat, en als je ons niet als mensen neerzet zullen we nooit als normaal gezien worden. Ik geloof dat we geaccepteerd moeten, en fictie speelt in belangrijke rol daarin.

Redactie: Eliza
back home

“Dat komt ongeveer overeen met mijn maandsalaris”. Mulder

“Jullie moeten net zoals de Miele worden, een zelfreinigende oven”. De Jong

“Heren daarachterin!”. Baudoin

“Jullie kennen geen grenzen. En dat soort dingen”. Stolk



NAVOLGERS VAN GILGAMESJ

Boek

Doe me open

Blader zachtjes door me heen

Of lees elke verouderde bladzijde

Een voor een

 

Kom, laten we alleen even zitten

Misschien een kopje thee drinken

Steek een kaarsje aan

En laat de wereld voorbijbaan

 

Ik maak je boos

Ik laat je huilen

Ik laat je lachen

Kom, ik wil je troosten

 

‘Leeg’

Half vol, half leeg

Een gat in je brein

Waar je langzaam uit drupt

Je kan een veer horen vallen

Maar toch hoor je niets

 

Een ruisend geluid

Een diepe zucht

De tijd stop heel even

Nu kan je alleen wachten

Wachten op de big bang

 

Als alles leeg is

En alles stil is

Dan komt de knal

En vullen gedachtes

Alle gaten in de lucht

 

(ge)donder

Broem!

Kaboem!

 

Het onweer

Gaat weer tekeer

 

De wind waait feller

De wolken gaan sneller

 

Donderslag na bliksemschicht

Ontlading die de lucht verlicht

 

Donder, bliksem, druppels en spetters

Diep gerommel, knetterende knetters

 

De natuurkrachten die elkaar ophitsen

Donderende donder en flitsende flitsen

 

De hemel braakt water en natuurgeweld barst los

Een heuse kakofonie die je oren de kop kost

 

Wolken trekken alles uit de kast, ze geven geen gehoor

De donderende donderstralen, ze denderen gewoon door

 

In het oog van de storm drijven de rustige wolkjes op hun plek

Maar ook zij worden van dat krankzinnige donderorkest knettergek

 

Het zal nog een poos kunnen duren voordat dat gebliksem en gebeuk stopt

Je bent dan wel bijzonder, maar godvergeten donder, donder toch een end op

 

De glimlach

Een kleine beweging

In het gezicht

Als een plotselinge vogel

In het zicht

 

Van grijs grauw naar stralend blauw

Een witte wolkenrij komt tevoorschijn

En geeft een gevoel zo fijn

Laat vergeten, de eigenlijke kou

 

 

‘Nee’

Het duidelijkste woord in de taal

Een definitief schudden van het hoofd

Geen verstopte betekenis, ik zeg wat ik bedoel

Gewoon ‘nee’, zo simpel als ’t kan zijn

 

Het onduidelijkste woord in de taal

Een aarzeling, zacht schudden met je hoofd

Je bedoelt ‘ja’, ik weet het zeker

Niemand zou ‘nee’ zeggen tegen mij

 

Zonnestraal

’s Morgens door het raam gluren

Je verdubbelt met de uren

Genieten, genieten, genieten

Bloemen, appels en bieten

Jij laat ze allemaal bloeien

Ik hoef mij nergens mee te bemoeien

 

Als de wind zo krachtig

Als de lente zo prachtig

 

Je straalt speciaal voor mij

Door jou word ik dolblij

Mijn zonnestraal

Dat ben jij!



Speciaal aandacht voor een aantal gedichten van M2b:

Depressie

Geen woede en geen verdriet

Nagels in mijn huid, niemand die het ziet

Toch voel ik niet

Geen gevoel, tegelijk een heleboel

Natuurlijk, als je begrijpt wat ik bedoel

Daarna komt de schaamte, de zelfhaat

Willen dat je niet bestaat

Omdat je slecht met jezelf omgaat

Je bent je eigen kwaad

Alles verzwakt

Met niemand contact

 

Donker

Ik loop door een gang vol mensen

Ieder een andere droom, ieder andere wensen

Ze hebben allemaal een mening, een eigen kijk op het leven

Ik ben bang voor hun mening, bang voor hun oordeel

Ik kan het niet meer aan, het wordt me allemaal teveel

Ik sluit mij dan op in mijn kamer, staar naar het plafond

Dan vraag ik me af hoe deze ellende ook alweer begon

Maar toch, in die volle gang of drukke straten

Voel ik mij alsnog eenzaam en verlaten

Ik ben bang voor het donker, maar bevind me altijd in duisternis

Zullen er meer mensen lachen zoals ik waarbij de lach verbergt dat er veel mis is

Ik zal altijd bang blijven voor de donkere tijden als de zon ondergaat

Nooit zal ik voorbereid zijn op wat er gebeurt als het licht mij verlaat

 

Twee gezichten

Tranen komen uit haar ogen

Onzekerheid is wat ze nooit heeft gekozen

Bidden deed ze vijf keer per dag en ze liep op het rechte pad

Haar vader was degene die ze aanbad

Troostte haar in moeilijke tijden

Ze was altijd blij totdat hij kwam te overlijden

Ze liep naar school en wat je ziet is dat ze lacht

Achter die lach zat veel verdriet waar niemand aan dacht

Ze heeft twee gezichten waar we er een van kennen

En daar zijn we maar aan gaan wennen

Elke dag zit ze binnen vier muren, geel geverfd

Was het overlijden maar nooit gebeurd

Ik zie je in de klas, soms stil en bang

Ik wil vragen hoe het gaat en dat wel urenlang

De bel gaat, je gaat snel naar de andere les in veel stress

Weer een uur lang luisteren naar een wijze levensles

 

Bij oma

In haar klein kamer met de gele muren

Lag oma te slapen hoe lang ging het nog duren

 

In de grote keuken met dat lekkere eten

Maakten we samen cake, de suiker niet vergeten

 

In de woonkamer met de hele familie

Hangen we op foto’s, groot of juist heel mini

 

De speelgoedkamer, de belangrijkste van het hele huis

We vonden er telkens iets nieuws, dus was pas laat thuis

 

De snoepkast was altijd vol, en stond op tafel

Wat je wilde was er, chips, snoep en een wafel

 

Oma las voor en noemde me sneeuwwitje

We speelden samen princessen, oma zonde gebitje

 

Oma en ik hebben veel beleefd, ik zal haar nooit vergeten

Het was er erg gezellig, met het nadruk op eten

 

Zou hij het weten?

Zou hij het weten

Dat hij in mijn hart heeft gezeten?

Dat ik zowat elke dag aan hem denk

Vol met liefde, net als een geschenk

Zou hij het weten dat zijn blik in zijn ogen

Naar mijn hart is gevlogen

En die lach

Doet wat met mijn hartslag

 

Zou hij het weten dat wij in mijn dromen

Al naar elkaar toe zijn gekomen

Ik weet, het wordt nooit wat en is niet top

Want ik heb geen bord voor mijn kop

Toch blijf ik hopen

Dat hij mij niet laat lopen

 

back home

“Komt…ie…dann….”. Krings

“Ga maar achterin de rij staan”. Braams

“Je moet het dak repareren als de zon schijnt”. Jonker

“Stel je hebt een baby… nou, het is eigenlijk een parasiet…”. Soede



INTERVIEW MET MR. X over Berlijn. Kom als eerste achter de geïnterviewde, en win een bioscoopbon.

Waarom ben je naar Berlijn gegaan?

Tijdens mijn studie Duits in de jaren 90 werd me aangeraden om een tijdje in Duitsland te gaan studeren. Ik wilde graag naar Berlijn, omdat het me een interessante stad leek. Ik moest het meeste zelf regelen omdat de universiteit alleen contact had met andere, kleinere steden.

Hoelang ben je in Berlijn geweest?

Ik ben er een week geweest om een woning te zoeken en daarna een half jaar voor mijn studie. Ook ben ik er daarna nog best veel keren heen geweest. Maar ik denk dat ik er in totaal 9 maanden geweest ben.

Hoe was het om daar te studeren?

Eigenlijk was het heel vertrouwd. Er zijn daar net als in Amsterdam metro’s, trams en bussen. Het is er ook heel druk op straat. Alleen de opleiding was natuurlijk veel groter dan in Nederland: veel meer studenten en docenten, maar ook veel meer studie onderwerpen om uit te kiezen. Ook erg leuk was dat daar natuurlijk veel meer mensen een Europese studiebeurs kregen. Daarom waren er ook veel Nederlandse studenten. En ik kon mee met een studiereis.

Wat heb je qua cultuur gezien in Berlijn?

Heel veel! Theaters, concerten, musea, de resten van de muur tussen West- en Oost-Berlijn. En natuurlijk een heleboel bekende plekken. Het is heel apart om tijdens een museumnacht tot 3 uur in de ochtend van museum naar museum te hoppen.

Wat vond je van die dingen?

Niet alles is even mooi. Maar er is zó ongelofelijk veel dat je genoeg keuze hebt.

Welke monumenten heb je gezien?

Er zijn in Berlijn te veel monumenten om op te noemen: oude, hele oude en ook juist hele nieuwe. Sommige zijn echt kolossaal zoals bijvoorbeeld het Russen-monument in het Treptowerpark, anderen zijn juist erg klein zoals de Stolpersteine. Dat zijn koperen plaatjes in de stoep waarop de namen staan van Joodse mensen die zijn weggevoerd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wat vond jij daarvan de mooiste?

De indrukwekkendste vond ik het officiële monument voor de Joodse slachtoffers vlakbij de Alexander Platz. Er zijn veel mooie monumenten. Degene die het meest tot de verbeelding spreekt is een glasplaat in de stoep van een plein, waaronder een grote boekenkamer is te zien. Dat is op de plek waar de boekverbranding plaatsvond.

Wat zijn mooie aanraders op het gebied van activiteiten?

In Berlijn is heel veel afwisseling. Met bus 100 en 200 rijd je dwars door het centrum en naar alle bekendste plekken. Je kunt ook veel mooie wandelingen maken door mooie wijken, leuke markten en de winkelstraten. Fietsen gaat overigens ook prima. Potsdam is vlakbij, maar ook het merengebied in het zuidoosten is erg leuk om naartoe te gaan.

Heb je een stukje van de Berlijnse muur gezien?

Jazeker. Toen stonden er nog veel meer stukken dan nu. Er is ook een lang stuk muur met een heleboel graffitikunst erop. Overigens stond er rond heel West-Berlijn een groot hek met patrouillewagens. En ook Oost-Berlijn kon je niet zomaar in of uit, ook niet als Oost-Duitser.

Wat vond je het lekkerste eten dat typisch Duits/Berlijns is?

Tja, wat is tegenwoordig nog typisch voor een stad… Maar ze hebben er wel de lekkerste Currywurst die ik ooit heb gegeten! En in een Biergarten is het ’s zomers lekker zitten met een biertje, Sauerkraut (zuurkool) en brood.

Wat is er volgens jou het meest veranderd in Berlijn?

In het centrum van West- en Oost-Berlijn is heel veel nieuws neergezet. Gelukkig ook mooie dingen. En in een heleboel oudere arbeiderswijken is alles weer heel mooi opgeknapt.

Wat is het minst veranderd?

Berlijn is ooit ontstaan omdat heel veel dorpen aan elkaar groeiden. Je zult dus nooit ver zijn van een kerk met daar om heen een plein, winkeltjes en dat soort dingen. Daardoor blijft de mega-stad (zo groot als de provincie Utrecht!) best overzichtelijk.

Wat voor goede herinneringen heb je aan Berlijn overgehouden?

Zoveel dat ik nog steeds sta te popelen om weer eens terug te gaan, om te kijken hoe de stad nu is. Want dat er veel veranderd is, dat staat vast!

Wat voor slechte herinneringen?

De slechte herinneringen zijn dat het te ver weg was om tussendoor even naar huis te gaan.
back home

“Die atomen kunnen geen krentenbollen zijn.” De Jong

“Als je op een muur van krentenbollen schiet en je hoort ‘ping’ en de kogel komt terug, weet je dat er iets niet goed is.” De Jong

“Is dat natuurkunde? Nee, dat is gewoon ruzie maken.” De Jong

“Wij werken op chemische energie. Meneer van der Veeken werkt op elektrische energie. Die laadt zichzelf ’s nachts op met een stekker.” Telleman



ICE ICE BABY

Cookie dough, mint chocolate en mango, dat zijn mijn favoriete smaken bij Bernardo. Zeg je ijs, dan denk ik gelijk aan Bernardo’s. Ze staan niet voor niets in de top 10 van beste ijsssalons van Nederland. Dat is voor hun natuurlijk heel leuk, maar het heeft nadelen.

Afgelopen zaterdag ging ik samen met familie een lekker ijsje halen. Check, we waren niet de enige met dat idee. We hadden ons al voorbereid op een lange rij. En die was er ook. Wachten is niet leuk. Ik wilde dat ijsje, dus had ik het ervoor over om in die lange rij te staan. Vlak achter ons stonden een jongen en meisje in de rij naast ons te wachten. Ze hadden het idee dat onze rij sneller ging. Ze gingen dus van rij wisselen, bekende kost. Dat moet je dus nooit doen, want je sluit altijd aan in de verkeerde rij. Bij iedere persoon die geholpen werd, hadden ze wat te zeggen. Dit ging van: “Wat duurt het lang!”, “Het lijkt wel of er maar 2 mensen staan te helpen!”, “Waren we toch maar in de andere rij blijven staan!”. Ze begonnen zelfs te klagen over het aantal ijsjes dat werd besteld. Tsja, als je als moeder met 5 kinderen in de rij staat, bestel je echt geen enkel ijsje. Het werd vervelend om aan te horen, maar eigenlijk ook wel een beetje grappig. Wat kunnen mensen zeuren. Ze hadden er toch zelf voor gekozen om überhaupt in de rij te gaan staan? Ze wisten waar ze aan begonnen toen ze een ijsje wilde halen. De rij was duidelijk te zien.

Wachten duurt inderdaad lang en het is nooit leuk. Maar weet je, klagen maakt de rij echt korter, NOT. Dit is niet alleen zo bij Bernardo’s, maar ook in de rij van de supermarkt, MediaMarkt en zeker ook de rij in de schoolkantine. Zelf klaag ik nooit hardop, ik mag het denken, maar wat schiet je ermee op? Niks, alleen maar ergernis. En er is al genoeg ergernis op de wereld. Laten we afspreken dat als je in de rij staat, je met degene die achter je staat, een praatje maakt. En je denkt er dan telkens maar aan dat jij lekker eerder aan de beurt bent. Want net zoals we naar Utopia kijken, geldt hier ook: je moet af en toe mensen spreken of mensen willen zien die het slechter hebben dan jij. Tenminste, je denkt dat ze het slechter hebben dan jij. Is dat voldoende, is dat het?

F.F.
back home

“De plasmacellen herken je aan het Wifi-symbool in de cel.” Telleman

“Als jij een klote dag hebt, zal die peer anders klinken dan wanneer je een goede dag hebt.” Rouschop

“Be careful, its a dangerous world out there”. De Vries

“Dit wordt een hele hoop letters, maar ja, als je niet weet wat je aan het doen bent, maakt dat niet uit.” De Jong



NETGOED OF NETFOUT?

Wist je dat vier miljoen Nederlanders Netflix kijken? Dat zijn best wel veel mensen. Netflix verkoopt in Nederland rond de 2,3 miljoen abonnementen. Vooral jongeren maken veel gebruik van Netflix. Eigenlijk, als je er over nadenkt is het best wel erg dat zoveel mensen zolang naar een beeldscherm kijken. Sommige worden er ook minder sociaal van en kijken alleen maar Netflix. Mensen vinden het leuk omdat er heel veel genres te vinden zijn. Het is ook voor allerlei doelgroepen. Jong en oud kunnen daar geschikte films vinden. Maar het is ook best raar dat jonge kinderen van kleins af aan in deze tijd snel in contact komen met de app. Vroeger was dat helemaal niet zo en was er helemaal geen social media. Dus wij zouden ook wel wat minder Netflix kunnen kijken als je weet dat ze vroeger helemaal niks hadden. Je kan ook in plaats van Netflix kijken lekker bewegen, of afspreken met vriendinnen/vrienden! Natuurlijk is Netflix wel leuk en heeft tegenwoordig bijna iedereen de app wel. Ik wil niet zeggen dat je nooit meer Netflix kunt kijken maar iets minder zou ook kunnen. Al die keuzes qua films en serie is ook echt heel veel. Je besteed bijna net zoveel tijd aan het kiezen van de film dan dat de film duurt. Netflix is ook niet de enige waar je films en series kan kijken, neem bijvoorbeeld videoland. De meeste leerlingen gaan uit school lekker hun serie kijken, of als je een studiedag hebt de hele dag je favo serie kijken. Dit kan ten kosten zijn van je cijferlijst (hoor je ouders praten). Want je kan ook de studiedag gebruiken om te leren, of gelijk uit school je huiswerk maken dan kan je daarna zolang Netflix kijken als je wilt. Hee betweters, Netflix heeft natuurlijk ook voordelen. Er zijn namelijk veel Amerikaanse films/series waar Engels gepraat wordt. Dus je leert tussendoor je taalvaardigheid terwijl je het niet eens door hebt. Laat staan je ouders. En je leert ook wat gewoon is in andere landen, vooral veel tradities. En als laatste voorbeeld: Als je een historische film kijkt sla je dingen in je hoofd op over wat er vroeger in die tijd gebeurde. Dat is ook goed en handig om te weten. De conclusie is: Net zoals de introductie van de auto, tig jaar geleden: er zijn nadelen en voordelen aan Netflix.

T.B, Z.G. en N.F.

back home

“Halloo, jullie moeten het toch is een keer uitleggen aan mij wat er nou zo grappig is” Meij

“Ik heb honger!” Derks

“Ik zie nog steeds geen boeken” Bootsma

“Die atomen gaan op zoek naar een partner, soort moleculaire tinder” Van der Veeken



MAESTRO (artiest – nummer)

Dubstep

Teminite – Beastmode

THEY. – U-Rite (Rynx Remix)

Grandtheft ft. Delaney Jane – Easy Go

Veorra – Strangers

Zomboy – Dip It

DJ Assass1n – Frag Out*

SNAILS – Into the Light

SNAILS – Frogbass

* Klinkt het lekkerst op 1.25x de normale snelheid (In YT: Opties => Afspeelsnelheid)

 

De meest heerlijke beat drops

Maroon 5 ft. Future – Cold (Neptunica x Calmani & Grey Remix)

Showtek&GC – Don’t Shoot (Hopsteady Remix)

Galantis – Rich Boy (Zack Martino Remix)

Imagine Dragons – I’m So Sorry

Afrojack ft. David Guetta – Another Life

Lost Frequencies – Here with you

Ellie Goulding – Burn (Tiësto’s Club Life Remix)

 

Van alles wat. Gewoon, omdat het kan

PSY – Gagnam Style

AC/DC – Thunderstruck

AC/DC – Highway To Hell

Kungs Vs. Cookin’ On 3 Burners – This Girl

Nick Jonas – Levels

TheFatRat – Xenogenesis

Fox Stevenson – Sweets (Soda Pop)

Maroon 5 – One More Night

 

Luuk Kornegoor

back home

“Ding Dong”. De Vries

“Ik zie 1,2,3,4,5,6,7,8,9 stuks aan mobielen”. Meij

“Niet allemaal tegelijk, mensen”. Van den Top

“Je hebt helemaal geen vrienden”. Arts



APPLAUS! VOOR JEZELF

De jaarlijkse voorstelling van het Marnix College is alweer voorbij! Sommigen van jullie zijn misschien komen kijken, en vroegen jullie jezelf af: “Hoe ging het nou achter de schermen?” Misschien dacht je daar helemaal niet aan, maar ik ga het toch vertellen. Welkom backstage bij Applaus!

Alles begint met repetities. Ik ga wat vertellen over toneel en zang, want daar zat ik bij. Zang was elke maandag, van 16:00 tot 17:00, in het muzieklokaal. Je begint met inzingen, en dan oefen je de liedjes met timing, toonhoogte, en dat soort dingen. Het is natuurlijk leuk om bij zang of bij de band, te zitten, want dan hoor je de liedjes als eerste. En nu het interessante gedeelte: toneel (no offense, zang, band, dans en decor). De repetities waren op dinsdag, van 14:30/15:00 tot 17:00, in de aula van het hoofdgebouw of het TPE lokaal. Het was mijn favoriete moment van de week, het is heel gezellig. Je oefent de scènes, je verwerkt de tekst, je praat over wat er gebeurt. Het is heel belangrijk voor je algemene ontwikkeling en heel leuk.

Dan, de verlengde repetities. Dit is wanneer alle disciplines samenkomen om de show door te spelen. Voordat ik dit zeg moeten jullie weten dat ik dol ben op de voorstelling, en op alles wat er mee te maken heeft, maar de verlengde repetities waren voor mij vreselijk. Het was altijd heel stressvol, en dat hoort erbij, omdat het dan echt samenkomt. Dat betekent wel dat er veel druk op zit. Deze waren vaak ook in de aula van het Junior gebouw, die ik vanaf nu associeer met stress, hehe.

Nu het belangrijkste, de voorstelling zelf. Je gaat (zonder make-up, zielig) tot het 5de uur naar school, en daarna moet je om 13:15 bij Cultura zijn. Deze voorstelling werd je schmink voor de generale repetitie en de middagvoorstelling gedaan, wat heel veel tijd kost. Dan heb je de generale op maandag, en de middagvoorstelling op dinsdag. Als je dan klaar bent daarmee ga je terug naar school, om te eten. Als je klaar daarmee bent is het tijd voor de avondvoorstellingen, de beste voorstellingen. Dan ben je er nog een tijdje voor het knuffelmoment, en je moet ook nog omkleden. Héél druk, dus.

Dus dat is hoe het daar gaat. Niet veel drama, ironisch genoeg. Het is ook niet makkelijk om de “vibe” van een Boaz Boele voorstellingen in woorden te beschrijven. Je moet het gewoon meemaken. Dit is dus wat ze zeggen over dat school niet alleen uit de schoolboeken leren is. Dit is dus wat je moet doen als je een burn-out dreigt te krijgen. Waarom draag je dat juk van die alledaagse sleur terwijl je er telkens op moppert? Dus doe de volgende keer mee!

Redactie: Eliza

back home

“Hé, nummer 1”. De Jong

“Als jullie nu nog doorgaan, komen jullie allemaal terug in de pauze!” (nog nooit gebeurd) Hulshoff. Dat is trouwens wel een van de weinige topdocenten die vaak stukken voor de schoolkrant aanlevert.

“Act normal please”. Tromp

“Zouden ze in Afrika zo zeggen van ‘Ik heb trek’? Nee, in Europa, daar hebben ze trek. Jij hebt gewoon honger!?”. Telleman

“Schrijf gewoon niet maar één woord op, want dan zeg ik: dikke middelvinger!’’. Horst



AU PAIR DOWN UNDER

Mevrouw Eppingbroek is in Australië, waar zij twee maanden au pair is. Ze werkt in een gezin met zes kinderen: Nick (15), Sarah (14), Emily (13), Mia (9), Lachlan (5) en Fraser (0). Aan de hand van een aantal vragen vertelt ze over haar ervaringen daar.

Hoe kwam je erbij om au pair te worden?
Mijn zusje had het plan om naar Australië te reizen dit voorjaar en dat leek mij ook wel leuk. Ze was van plan om drie maanden te werken en twee maanden te reizen. In eerste instantie wilde ik haar alleen even kort opzoeken, maar later bedacht ik me dat het toch wel een eind vliegen was voor maar twee weken bijvoorbeeld. Dus vroeg ik me af of ik niet ook wat langer daarheen kon. Natuurlijk moest ik dat op school even navragen, maar het mocht. Ik besloot om ongeveer drie maanden weg te gaan, maar ik wilde liever niet backpacken. Het leek me leuker om het dagelijkse leven mee te maken en dus ben ik gaan zoeken naar een baantje. Dat bleek lastig, in verband met allerlei regels en wetten, dus was het uiteindelijk een handiger plan om au pair te worden. Ik vond een familie via www.aupairworld.com en zodoende belandde ik in Brisbane.

Hoe ziet jouw dag eruit?
’s Ochtends maak ik om zeven uur iedereen wakker. Dan help ik vooral de jongste kinderen met aankleden, ontbijt maken, schooltas inpakken. Elke ochtend smeer ik hen in met zonnebrandcrème, want de uv-straling is erg hoog hier. Samen met hun moeder breng ik hen naar school, waarna ik met de moeder naar de sportschool ga. We sporten om de beurt en dan let de ander op de baby. Daarna gaan we meestal boodschappen doen, want met zo’n grote familie heb je altijd wel iets nodig en er ligt thuis altijd wel een stapel was waar ik mee aan de slag kan. Van 12 uur tot half drie ben ik vrij. Soms ga ik dan even de stad in. Om drie uur sta ik weer bij school om de kleinste kinderen op te halen. Thuis maak ik thee en wat fruit klaar en dan help ik iedereen met hun huiswerk. Soms breng ik kinderen weg naar hun sport of zwemles. Ik hoef niet te koken, maar ik help soms wel. En ’s avonds en in het weekend heb ik vrij. Dan ga ik dingen doen in de omgeving van Brisbane.

Wat is leuk?
De familie is hier erg lief. Ik krijg elke dag wel een paar knuffels van iedereen en ik ben een beetje verliefd op de baby, hij is zo schattig! Daarnaast is het weer hier heerlijk en ik vind Brisbane echt een fantastische stad.

Wat is niet leuk?
Het is niet altijd makkelijk om de vijfjarige te laten doen wat ik wil. Hij is nogal koppig en wordt snel boos. Dat heeft me al een heleboel blauwe plekken en bijtwonden opgeleverd. En soms ben ik het niet helemaal eens met de manier van opvoeden, dat is best lastig, want ik ben hier maar heel kort, dus ik kan er niets aan veranderen, maar ik zie wel sommige dingen – in mijn ogen – misgaan. En de spinnen natuurlijk! Ik haat spinnen en ze zitten hier overal in de bomen en struiken en ze zijn groot. Ik ontwijk bomen en struiken daarom altijd.

Hoe is Brisbane?
Ik vind het echt een prachtige stad. Er loopt een rivier doorheen en er zijn heel veel hoge, indrukwekkende gebouwen, maar je hebt ook middenin de stad een soort strand en zwembad, naast de rivier. Er is een mini regenwoud, er zijn moestuintjes, botanische tuinen, en prachtige wandelpaden met allemaal bloemen erlangs. Ik heb nog lang niet alles gezien, want het is heel groot, maar Brisbane is vanaf nu sowieso mijn favoriete stad.

Wat zijn de grootste verschillen met Nederland tot nu toe?
Het weer, haha. Sowieso. Het is hier gewoon fijn als het regent, dan koelt het een beetje af. Verder vind ik overal het personeel (in winkels bijvoorbeeld) veel vriendelijker dan in Nederland. Iedereen is super beleefd en behulpzaam. Hier in huis wordt ook veel vaker ‘dankjewel’ en ‘alsjeblieft’ gezegd dan ik gewend ben. Iedereen bedankt bijvoorbeeld de persoon die gekookt heeft. En er wordt meer geknuffeld dan ik gewend ben, maar dat kan ook aan deze familie liggen.
Alle kinderen dragen een schooluniform. Daarin is de school best wel streng. Als je bijvoorbeeld de verkeerde kleur sokken aan hebt, moet je nablijven. Op sommige scholen moet zelfs je haarelastiekje een bepaalde kleur hebben.
En de kinderen vertelden me dat ze niet naar school hoeven als het hier hagelt, maar dat ga ik hier – nu het zomer is – sowieso niet meemaken.

Wat zijn je verdere plannen?
Eind maart zit mijn werk er hier op en dan zoek in mijn zusje op in Sydney. Met haar ga ik nog een maand rondreizen in het zuidoosten van Australië en dan vlieg ik weer naar huis. Half mei ben ik dan weer terug op school.

back home

“Leuk zeg” en “in je heufd”. Minks

“It’s time to start using your brain cells.” De Jong

“Butt, chair, now!” Nijenhuis

“I hate this kind of thing” Arts

“Have a nice weekend. Don’t think about me, because I won’t think about you.” Arts

“Ladies and gentlemen, have a nice weekend and get lost.” Arts

“Een verzoek: alle brugklassers verzamelen in de aula met hun shirt aan.” Een conciërge die moe is van halfnaakte bruggers overal.